Documentatie

Op deze pagina zowel geselecteerde literatuur in het fotoboek (Geraadpleegde bronnen), als ook aanvullende documentatie.
Documentatie over specifieke locaties zal (ook) vermeld worden bij de betreffende tuinlocaties.

Geraadpleegde bronnen (album)

Aben, R. & S. de Wit. (1998). De omsloten tuin: geschiedenis en ontwikkeling van de hortus conclusus en de herintroductie ervan in het hedendaagse stadslandschap. Rotterdam: Uitgeverij 010.
Backer, A.M., E. Blok & C. Oldenburger-Ebbers (1998). De natuur bezworen: een inleiding in de geschiedenis van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur van de middeleeuwen tot het jaar 2005. Rotterdam: Uitgeverij de Hef. Gedownload van http://edepot.wur.nl/257920.
Baker, K. (2012) Captured landscape: the paradox of the enclosed garden. London: Routledge.
Brett, D.W.(2016). Photography and Place: Seeing and not Seeing Germany after 1945. Abingdon: Routledge. Deels online op https://books.google.nl/?hl=en.
Conan, Michel (1999). Perspectives on garden history. Washington D.C.: Dumbarton Oaks. Gedownload van https://www.doaks.org/research/publications/books/perspectives-on-garden-histories.
DeRushie, N.(2008). Horticultural Landscapes in Middle English Romance. (Master’s Thesis Univ. of Waterloo, Ontario, Canada). Gedownload van https://uwspace.uwaterloo.ca/handle/10012/4002.
Devolder, A-M. (2002. De openbare stadstuin: de omsluiting en ontsluiting van de openbare stadstuin. Rotterdam: Stichting AIR / NAI Uitgevers.
Hunt, P.(2011). Persian Paradise Gardens: Eden and Beyond as Chahar Bagh. Electrum magazine, july 2011. http://www.electrummagazine.com/2011/07/.
Kuiken, K.(1996). Het ‘Verborgen Rijk van Ming’: de tweeslachtige tuin: van de Droom in de rode kamer naar de Chinese tuin in Haren. Bres 178, 41-54.
Kullmann, K.( 2017). Concave worlds, artificial horizons: reframing the urban public garden. Studies in the History of Gardens & Desgined Landscapes, 37, 1, 15-32.
Latiff, Z.A., M.Y. M. Yunos, & M.M.Yaman (2016). A discourse on the Persian Chahar-Bagh as an Islamic garden. Planning Malaysia Journal, 15, 3. Gedownload van https://www.planningmalaysia.org/index.php/pmj/article/view/303.
Maliavin, V.(2013). Strolling in Chinese Garden: an experience of self-re(dis)covering. Gedownload van https://www.sredotochie.ru/strolling-in-chinese-garden-an-experience-of-self-rediscovering/
Moore, C.W., W.J. Mitchell, & Turnbull, W. Jr. (1988). The poetics of gardens. Cambridge: MIT Press.
Stuip, R.E.V. & C. Vellekoop (Eds.) (1992). Tuinen in de Middeleeuwen. Hilversum: Verloren.
Wit, S. de.(2018). Hidden landscapes: the metropolitan garden as a multi-sensory expression of place. Amsterdam: Architectura et Natura. (Proefschrift, getiteld Hidden landscapes: the metropolitan garden and the genius loci. TU Delft 2014. Gedownload van https://repository.tudelft.nl/).
Yang, M.(2017). Visiting, Picturing and Experiencing the Cinese Garden. (Master’s Thesis Northeastern Univ. , Boston, Massachusetts). Gedownload van https://repository.library.northeastern.edu/files/neu:cj82qk80n.

.

Utrecht, Leidsche Rijn: Maximapark, pergola

trefwoord: half-open structuur

Locatie: Bij Max Ernstlaan 28 (Leidsche Rijn) Bij de Vlinderhof de door de Parkpergola omrande vijver. Bezocht: 05-08-2018

Ten westen van Utrecht ligt Nederlands grootste vinexlocatie, verdeeld over de wijken Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. De beide wijken telden in 2018 ca. 84.000 inwoners. Als het Leidsche Rijn project gestart in 1997 – in 2030 afloopt, zal dat aantal nog wel iets meer zijn. Er is dikwijls kritiek geuit op deze en andere vinexwijken. Maar volgens onderzoek vinden de meeste bewoners het er best aangenaam wonen.

In vroeger tijden liep hier de meest noordelijke tak van de Rijn, Oude Rijn geheten, van Utrecht naar de monding bij Katwijk aan Zee. Tussen ca. 40 tot 270 n.Chr. was de Rijn tevens de noordelijke grens (limes) van het Romeinse Rijk. Het was toen al een druk bevolkte streek. Overblijfselen uit die tijd worden bewaard in en rond het Castellum, een museum in de Hoge Woerd dat in 2015 werd geopend. In de Middeleeuwen was dit een uitgestrekt moeras- en veengebied, met klei- en zandruggen langs de Oude Rijn en zijrivieren. Het bleek prima grond voor (glas)tuinbouwbedrijven die zich er begin 20e eeuw vestigden. De Alendorperweg en de Alendorperwetering herinneren nog aan dit oude kassengebied.

In 1997 werd een ontwerpwedstrijd voor de aanleg van het Máximapark gewonnen door het Rotterdamse bureau West 8, van de internationaal bekende architect Adriaan Geuze (http://www.west8.com/projects/mximapark_formerly_leidsche_rijn_park/). Het heette eerst het Leidsche Rijn park, maar de Utrechtse gemeenteraad vernoemde het park in 2011 naar prinses Máxima. In 2013 mocht zij als koningin Máxima het park openen. Met een oppervlakte van ca. 300 ha. is het een van de grootste stadsparken van Nederland.

Spectaculair onderdeel is de 3,5 km lange, 6 m hoge pergola: een half-open betonnen omheining, die op een zeer fraaie manier is vormgegeven, met ook veel aandacht voor ecologische aspecten (begroeiing, schuil- en nestplekken voor dieren). Het Máximapark wordt soms een moderne hortus conclusus genoemd, juist vanwege die pergola (https://www.rietveldprijs.nl/maximapark/). Zelf vond ik echter maar één plekje waar die typering goed tot zijn recht komt: een vijver bij de Vlinderhof, omringd door die witte honingraatachtige wand met fraaie lichtinval. Die aanblik blijft je bij. (http://www.postplanjer.nl/recensie/mooi-fremdkorper-in-maximapark/)

Albumfoto’s

 

 

.

Egmond aanZee: Duinlandjes Wimmenummerduinen

trefwoord: gevangen landschap

Locatie: W. Beckmanlaan Info:duinkaart PWN! Bezocht: 19-09-2018

Even een flinke stap terug in de tijd. Ongeveer 5000 jaar geleden zag een groot deel van West-Nederland er heel anders uit dan nu. De snel stijgende zeespiegel, na het einde van de laatste ijstijd, vormde er een waddenlandschap van zeeklei, zandbanken (strandwallen) en veenmoerassen. Vaak overstroomde de zee het gebied. Door zandverstuiving ontstonden hier eerst de lage Oude Duinen, later werden ze deels bedekt door veel hogere Jonge Duinen.

Op die duinen groeiden in de Middeleeuwen een aantal vissersdorpen: Katwijk, Scheveningen, Noordwijk, Zandvoort, Wijk aan zee en Egmond aan zee. De bewoners creëerden er door hun landgebruik (vee weiden, houtkap, helm snijden) tussen ca. 1500-1900 het ‘zeedorpenlandschap’. (https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeedorpenlandschap). Sinds de 19e eeuw worden er bij Zandvoort, Egmond en andere zeedorpen veel aardappels geteeld. De ‘duinpiepers’ waren altijd zeer gewild. Ze bleken ook minder vatbaar voor de aardappelziekte, die in 1845-1849 in West-Europa een voedselcrisis veroorzaakte.

Ten noorden van Egmond, bij de buurtschap Wimmenum, liggen de Wimmenummerduinen (ca. 400 ha). In 1679 werd deze zgn. ‘heerlijkheid’ gekocht door Jan Six, een rijke Amsterdamse regent. Hij was ook beschermheer van Vondel en Rembrandt. De familie Six gebruikte het terrein om er op konijnen te jagen. In de 19e eeuw kregen de dorpelingen toestemming om ‘duinlandjes’ te gebruiken voor aardappelteelt. De familie Six verkocht het gebied in 1992 aan het PWN (Waterleidingbedrijf Noord-Holland (https://www.pwn.nl/).

Sindsdien zijn de Wimmenummerduinen onderdeel van het Noord-Hollands duinreservaat. Omdat het domein zo lang privébezit was, is hier geen (naald)bos aangeplant. Kenmerken van het oorspronkelijke, unieke zeedorpenlandschap zijn hier nog aanwezig: open duinen, zandverstuivingen, een specifieke vegetatie en ca. 340 – oude en nieuwe – uitgegraven duinlandjes. Ik zag een foto van zo’n duinlandje in het boek Captured landscape: the paradox of the enclosed garden (Kate Baker, 2012) en dacht: dat wil ik zien! Ik kwam in een vredige duinoase, bezaaid met voorbeelden van oer-Hollandse omsloten tuinen. In de verte hoorde ik de zee. (https://duinlandjesverenigingdenoord.nl/).

Op een van de foto’s is op de achtergrond een groot huis te zien. Het is het voormalige koloniehuis Zwartendijk (1910), waar begin 20e eeuw arme en ziekelijke stadskinderen ’s zomers een tijdje konden aansterken. Google op: “(kinder)vakantiekolonies”.

 

Albumfoto’s

 

 

.

Den Haag, Kijkduin: Hemels Gewelf (Celestial Vault)

trefwoord: half-open structuur

 Locatie: Machiel Vrijenhoeklaan 175, Kijkduin. Bezocht: 08-11-2018

 Vanaf de weg gezien lijkt het slechts een hoog duin, met een lange trap. Maar op het informatiepaneel onderaan de trap lees je dat dit duin een kunstwerk verbergt van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell (http://jamesturrell.com/). Turrell ontwierp het voor een congres van The International Federation of Landscape Architecture in 1992 in Den Haag. Pas in 1996 was zijn Celestial Vault (NL: Hemels Gewelf) klaar.(https://www.stroom.nl/nl/kor/project.php?pr_id=2125635) Het kunstwerk is een ellipsvormige kuil, uitgegraven in de top van het duin. Door een tunnel in de duinrand kom je in de kuil en via een trapje daal je af naar de bodem. Daar staat een stenen ‘observatiebank’, waarop bezoekers, op hun rug liggend, naar de hemel kunnen kijken. Hij lijkt wel wat op een Egyptische sarcofaag. Bovenop de duinrand, bij een rondje om de kuil, heb je een 360 panoramablik op de omgeving. Het kunstwerk is niet in de natuurlijke duinen gemaakt, maar in de ‘Haagse Puinduinen’ (ofwel de ‘Alpen van Den Haag’). Kunstmatige duinen, in de jaren ’50 en ’60 aangelegd met puin van huizen die in WO II waren afgebroken voor de Atlantikwall.

Turrell is bekend om zijn fascinatie voor licht, ruimte en de visuele perceptie ervan. Voorbeelden zijn zijn lichtinstallaties, zoals Wedgework III (1969) in Museum De Pont en Skyspace (2016) in Museum Voorlinden. Turrell’s levenswerk is zijn Roden Crater project: de krater van een oude vulkaan in Arizona. Sinds 1975 is hij als een mol bezig met het graven van gangen, tunnels, ruimtes en gaten, die uitkijken op de hemel, zon, maan en sterren. Deze Roden Crater ‘naked-eye observatory’ wordt wel het tot dusver grootste land art project genoemd. Het Hemels Gewelf / Celestial Vault is daarvan een kleine versie, op 1/10 schaal.

Karl Kullmann (Associate Professor, Univ. of California,  http://www.karlkullmann.com/) onderzocht natuurlijke en speciaal ontworpen komvormige (concave) landvormen, die nieuwe mogelijkheden bieden voor openbare stadstuinen. Hij ziet daarin een alternatief voor de nogal gesloten, introverte hortus conclusus, die door Abel en De Wit werd ingezet als tegenwicht en rustpunt in het chaotische stadslandschap. Concave, halfopen reliëfstructuren zouden een vloeiende overgang mogelijk maken tussen enerzijds de behoefte aan afzondering of rust, en anderzijds de behoefte aan dynamiek en interactie met het bruisende stadsleven.

Albumfoto’s

 

 

.

Amsterdam: Wilmkebreekpolder

trefwoord: gevangen landschap

Locatie: Landsmeerderdijk, Kadoelen Bezocht: 29-07-2017 en 01-06-2019

In Amsterdam-Noord, hemelsbreed 4 km vanaf het Centraal Station, ligt nog zo’n bijzonder stukje Nederland: de Wilmkebreekpolder. Gelegen in de wijk Kadoelen en ingeklemd tussen de Molenwijk, Tuindorp-Oostzaan en Banne Buiksloot. Vanaf de Landsmeerderdijk is goed te zien hoe het gebied is omgeven door de huizen langs de dijk, de Stoombootweg en de Kadoelenweg. Twee hoofdsloten vormen een assenkruis, een kenmerk van de hortus conclusus. De polder is ‘ommuurd’ door lintbebouwing (Kadoelenweg). Bij de bosjes stond vroeger een molen, nu een gemaal (zie foto oostzijde).

De Landsmeerderdijk en de Wilmkebreek zijn onderdeel van de Noorder IJ- en Zeedijk of Waterlandse Zeedijk, een provinciaal monument. De dijk werd in de 12e eeuw aangelegd langs de oever van een oude zeearm, het Oer-IJ. Ca. 2500 v.Chr. mondde dit Oer-IJ uit bij het huidige Castricum. Iets voorbij Castricum ligt Egmond aan Zee. Je zou het niet zeggen, maar Egmond en Kadoelen maken deel uit van hetzelfde getijdenlandschap waaruit Noord-Holland is gevormd. Bij Egmond aan Zee ontwikkelde zich in de duinen het zeedorpenlandschap. Kadoelen daartegenover grensde aan een uitgestrekt moerassig veengebied: Waterland (incl. de Zaanstreek). Het veen was er wel 7 meter dik! Ontwatering en turfwinning vanaf de 10e eeuw veroorzaakten echter grote bodemdaling.

De Waterlandse Zeedijk moest het gebied beschermen tegen overstromingen, zowel door het Oer-IJ als door de net onstane Zuiderzee. Maar Waterland bleef een drassig gebied waar akkerbouw niet mogelijk was. De naam Kadoelen zegt het al: ‘quaad dolen’ betekent ‘slecht begaanbaar’. Na een dijkdoorbraak in 1404 bleef een meertje (braak, kolk) achter: de Wilmkebreek. Die naam verwijst naar Graaf Willem VI van Holland. Hij zorgde voor herstel van de dijk in 1410. Tussen 1633-1636 werd de Wilmkebreek drooggelegd.

Er zijn ook hedendaagse bedreigingen. Het uitzicht aan de zuidrand van de polder (foto zuidzijde) is alweer verleden tijd: daar verrees tussen 2017-2019 een nieuwbouwwijkje. En het eeuwenoude Café Kadoelen (1631), nu een horecamonument, ontsnapte maar net aan de ondergang. De nieuwe eigenaar liet het pand begin 2019 al gedeeltelijk slopen, maar moest daarmee stoppen. Het is nog steeds een bouwval en toekomstplannen zijn nog niet duidelijk. Het uitzicht vanaf de Landsmeerderdijk verraadt weinig van die woelige actualiteit. In de verte grazen wat schapen, bij een van de hoofdsloten staat een gezelschap reigers. Aben en De Wit noemen het in hun boek De omsloten tuin een ‘gevangen landschap’, waarin elementen van de hortus conclusus zijn te herkennen. https://www.wilmkebreek.nl/)

Albumfoto’s

 

 

.