Fotoalbum

Hieronder een kort inhoudsoverzicht van het papieren fotoalbum. Deze website is iets anders georganiseerd:
Er is geen vaste paginavolgorde. De indeling in tweetallen vervalt. De inleiding en de lijst van geraadpleegde literatuur zijn aparte webpagina’s. De webpagina Tuinen A – Z biedt een overzicht van alle tuinen, op plaatsnaam en op naam van de tuin. Sommige fotobijschriften zijn in de tekst verwerkt. Enkele storende fouten zijn gecorrigeerd. Hier en daar is de tekst wat aangepast.

 


Titel

Hortus in focus

een fotografische zoektocht naar hedendaagse varianten
van de ‘hortus conclusus’ (de omsloten tuin), 2017-2018

Jo Han Khouw

 

Foto’s, tekst en vormgeving © 2019 Jo Han Khouw, tenzij anders vermeld.

Websites: www.hortusinfocus.nl (deze site) en www.jodoc.nl (mijn algemene blogsite)
Drukwerk: Groningen, Fotofabriek, 2019

Foto’s omslag: voor: Ichtushof Rotterdam, achter: folly Slochteren

Belangstelling?

Heb je interesse in een papieren exemplaar van mijn fotoboek? Of heb je vragen? Stuur dan een e-mail naar info@hortusinfocus.nl.
Reageren kan ook onderaan elk blogbericht.
Het album (38 pagina’s) is geprint op 200 grams zijdeglans papier, voorzien van matte, harde omslag. Kosten 35,- (= productieprijs Fotofabriek + verzendkosten).

 


 

 


Inhoud 

Inleiding: tekst en foto’s (zie: Inleiding)

Tuinen: tekst en foto’s (zie: Tuinen A – Z)

Indeling

De volgorde van de tuinlocaties in de inhoudsopgave hierboven vraagt misschien enige uitleg. Voor dit album heb ik 22 geselecteerde locaties in tweetallen gerangschikt, onder een gemeenschappelijk trefwoord (cursief). Het is een andere ordening dan de gangbare alfabetische of systematische indeling van afzonderlijke tuinen. Maar een aantrekkelijke, gevarieerde presentatie was voor mij het belangrijkste, ook al is die inderdaad persoonlijk en betrekkelijk willekeurig. Achterin het album heb ik wel alfabetische lijstjes opgenomen van plaatsnamen en namen van tuinen.

Overzichten (zie webpagina Tuinen A – Z)

Geraadpleegde bronnen (zie webpagina Documentatie)

 

Tuinen A-Z

Overzichten

Pagina’s met beschrijvingen en foto’s van tuinen zijn op deze site opgenomen op plaatsnaam.
Om het zoeken te vergemakkelijken zijn er twee overzichten: 1) op plaatsnaam; 2) op naam van de tuin of -locatie. Op dit moment bevatten de overzichten alleen vermeldingen van tuinen die zijn opgenomen in het fotoboek. De komende tijd zullen ook nog andere tuinen aan deze overzichten worden toegevoegd.

Achter elke vermelding staan tussen vierkante haken [ ] drie symbolen:
A: tuin opgenomen in het fotoalbum; T: tijdelijke tuinlocatie; * gedocumenteerde hortus conclusus relatie)

1. Plaatsnaam – naam van de tuin

 

2. Naam van de tuin – Plaatsnaam

.

Inleiding

[Bijgewerkt 30-06-2020]

We’ve got to get ourselves back to the garden
(‘Woodstock’, Joni Mitchell, 1969)

Deze website hoort bij een fotoalbum met een serie foto’s over het thema De omsloten tuin.
Wat is daar voor bijzonders aan, zou je denken. Zijn de meeste stadstuinen niet omringd door muren, schuttingen of andere bebouwing? Dat is waar, maar hier zit er wel een verhaal achter.

Breeze of AIR

Aben, R., & De Wit, S. (1998). De omsloten tuin.

Zomer 2001 bezocht ik de expositie Hortus Conclusus / Breeze of AIR in het toenmalige kunstcentrum Witte de With (* zie toevoeging hieronder) in Rotterdam (https://www.fkawdw.nl/nl/). Wat mij daar bracht weet ik niet meer, misschien een bericht op het internet. De titel leek toen raadselachtig genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Van de tentoonstelling herinner ik mij nog de met oesterzwammen overwoekerde objecten van Zeger Reyers en het ontwerp van Kamel Louafi voor de Valkeniersweide, een Rotterdams park.
Belangrijker nog, ik kocht er het boek van landschapsarchitecten Rob Aben en Saskia de Wit:
De omsloten tuin: geschiedenis en ontwikkeling van de hortus conclusus en de herintroductie ervan in het hedendaagse stadslandschap, dat zij in 1998 hadden gepubliceerd. Een fascinerend en diepgravend onderzoek, maar voor een doorsnee tuinliefhebber wel erg theoretisch. Praktisch kon ik er niet veel mee. Maar zo’n vijftien jaar later was er dan toch een aha-moment. Na mijn pensioen in 2012 kwam bij toeval de fotografie op mijn pad. Het bleek een virus dat mij al snel stevig in de greep had. Een bevriende fotograaf, Robert Mulder, werkte begin 2017 aan een project in Rotterdam. Rotterdam? Daar herinnerde ik mij iets. Breeze of AIR! Hortus Conclusus! Was dat niet een mooi onderwerp voor een eigen fotoproject?

[Toevoeging 30 juni 2020] Sinds 28 juni gaat het Witte de With kunstcentrum voorlopig naamloos verder. Het is een eerste stap naar een nieuwe naam, nu de naam van de 17e-eeuwse vlootvoogd al eerder in diskrediet raakte].

Tuin

De hortus conclusus Latijn voor: ‘omsloten tuin’ – is een tuinconcept dat in de Middeleeuwen populair was. Dit bijna vergeten ideaal werd door Aben en De Wit nieuw leven ingeblazen. Hun onderzoek is ook vandaag de dag, twintig jaar later, een veel geciteerd standaardwerk over de omsloten tuin. En de hortus conclusus lijkt intussen een hot topic te zijn geworden in de landschapsarchitectuur en andere disciplines die zich bezighouden met de 21e-eeuwse stad. De woorden tuin, town en Zaun stammen af van het Oergermaanse tuna, wat ‘versterkte (omsloten) plaats’ betekent. Andere woorden zoals gaard, jardin, Garten en het Latijnse hortus hebben oude Indo-Europese wortels: gher (omsluiten) en ghordos (haag, omsloten plek). Eigenlijk zijn hortus conclusus en omsloten tuin etymologisch gezien allebei dubbelop (pleonasmen). En ook de geschiedenis laat zien hoe de essentie van de omsloten tuin ligt in zijn begrenzing.

Landbouw

De ontwikkeling van de tuincultuur is nauw verweven met de geschiedenis van de landbouw. De vroegste landbouw ontstaat tijdens de nieuwe steentijd (ca. 11.000 v.C.) in het Midden-Oosten, in de zgn. Vruchtbare Sikkel: een gebied dat zich uitstrekt van de Egyptische Nijl tot en met het oude Mesopotamië (nu Irak), tussen de rivieren Tigris en Eufraat. Deze neolithische of agrarische revolutie is een van de belangrijkste veranderingen in de geschiedenis van de mensheid. Tussen 6.000-5.000 v.C. bereikt deze omwenteling Noordwest-Europa. Nomadische jager-verzamelaars kiezen voor een leven in nederzettingen, voor het verbouwen van granen (eenkoorn, emmertarwe, gerst) en voor het houden van gedomesticeerde dieren (o.a. schapen, varkens en runderen). Ze omheinen stukjes grond waar ze gewassen telen en vee houden.
Vanaf 4.000-3.000 v.C. komt in Egypte en Mesopotamië een meer zelfstandige tuinkunst op, die niet louter gericht is op voedselproductie. Er is ook plaats voor het streven naar schoonheid.

 Koningstuinen

Cyrus II, koning van het Perzische (Achaemenidische) rijk, begint ca. 546 v.C. met de bouw van zijn nieuwe hoofdstad Pasargadae. Die ligt in het hart van Perzië (Iran), op een afgelegen hoogvlakte in de woestijn, omringd door bergen. Bij zijn paleis laat hij ook een tuin aanleggen. Eigenlijk is het een groot park met verschillende paviljoens. De tuin wordt aangeduid als pairidaeza, een Oud Iraans (Avestisch) woord dat ‘ommuurde tuin’ betekent. Archeologische vondsten tonen aan dat delen van het park inderdaad door muren omgeven waren.

Maar pairidaeza verwijst ook naar het oude zoroastrische geloof, waarvan Cyrus aanhanger was. In die religie is pairidaeza een bovenaardse, ommuurde tuin. Een spirituele plek van loutering en volmaakte orde, waar demonen niet in kunnen doordringen. Een hemels paradijs, dat verbonden is met de strijd tussen goed en kwaad en het laatste oordeel.
De tuin van Pasargadae is ook het oudste voorbeeld van een chahar bagh (letterlijk: ‘vier tuinen’). De naam heeft betrekking op een assenkruis van waterkanalen dat de tuin in vieren deelt. Die kanaaltjes of qanats zijn onderdeel van een ingenieus irrigatiestelsel. De verdeling van de tuin in vier stukken is vermoedelijk afgeleid uit de zoroastrische leer van de vier elementen: lucht, water, aarde en vuur. Deze of vergelijkbare elementen komen ook voor in het boeddhisme en in de Chinese en Griekse filosofie.

Het geometrische ontwerp, de symmetrie en de symboliek van Pasargadae staan model voor latere Perzische, islamitische en vele andere – ook Westerse – tuinen. De Grieken en Romeinen, die meermaals oorlog voeren met de Perzen, vinden in het Perzische concept inspiratie voor hun eigen tuinen. De Arabieren, die in 651 Perzië veroveren, zien in het ontwerp de realisatie van het beloofde paradijs in de Koran en maken het tot uitgangspunt voor hun islamitische paradijstuinen.

Paradijstuinen

De Griekse schrijver Xenophon vertaalt pairidaeza naar paradeisos als hij de prachtige tuin met boomgaard beschrijft van de Perzische koning Cyrus de Jongere (4e eeuw v.C.). Maar later, in de Griekse vertaling (Septuagint) van de Hebreeuwse Bijbel, heeft paradeisos een andere betekenis, nl. een beschrijving van de Hof van Eden. Het is slechts een detail, maar het laat de invloed zien van het zoroastrisme op het jodendom, het christendom en de islam.

De islamitische paradijstuin verspreidt zich snel verder, naar het Oosten en naar het Westen. De mogolvorsten Babur en Sjah Jahan laten wereldberoemde tuinen na, o.a. in Kabul en in Delhi (Taj Mahal). In Azië hebben China, Korea en Japan hun eigen tradities van omsloten tuinen, met een geheel eigen achtergrond, symboliek en inrichting. Maar toch, via de Zijderoute, vindt er ook tussen Chinese en Perzische tuinculturen over en weer beïnvloeding plaats. Perzische irrigatiesystemen (‘qanats’) zijn gevonden in Chinese oases in Turkestan; Chinese perziken komen via Perzië (vandaar hun naam prunus persica) naar Europa; de Chinezen maken wijn van Perzische druiven.

Het Perzische tuinideaal bereikt uiteindelijk West-Europa, met dank aan de Grieken, Romeinen, Moren en Kruisvaarders die er allemaal hun stempel op achterlaten. Zelfs de Noormannen, die tijdens de 11e eeuw Sicilië bezetten, vervullen een brugfunctie. Hun koning Roger II weet christenen en moslims aan zich te binden. Tijdens zijn bewind creëert hij een tolerant en bloeiend cultureel klimaat. Op het eiland herinneren enkele islamitische paradijstuinen en jachtparken nog aan die tijd.


Omsloten tuinen in Oost en West


Links
: Babur, de stichter van het Indiase mogolrijk (1526-1858), was een verwoed tuinliefhebber. In zijn goudgele jas houdt hij hier toezicht op de aanleg van een tuin in Kabul. De tuin is in vieren gedeeld door een kruis van irrigatiekanaaltjes. Deze indeling vindt zijn oorsprong in het ontwerp van de oudere Perzische tuin. Illustratie uit de Baburnama (de memoires van Babur, 16e eeuw), geschilderd door Bishndas, ca. 1590. [Bron: Wikipedia / © Victoria and Albert Museum, London, IM.276-1913]
Rechts: Pietro de’ Crescenzi, was een Italiaanse jurist, maar specialiseerde zich op latere leeftijd in de land- en tuinbouw. Hij schreef een beroemd boek: Liber ruralium commodorum (ca.1309), waarin hij o.a. verband legt tussen tuinen en sociale klasse. Op de afbeelding zijn arbeiders te zien in een kasteeltuin. De indeling in vakken vertoont ook hier overeenkomst met het Perzische tuinmodel. Deze 15e-eeuwse editie werd ca.1470-1475 geïllustreerd door Maître de Marguerite de York. [Bron: Wikipedia / © BnF, Arsenal, Ms-5064, fol. 151v]


Middeleeuwse tuinen in Europa

Wanneer het oude Romeinse Rijk ten einde komt en uiteenvalt, breekt in Europa een chaotische tijd aan. Germaanse stammen strijden om de macht. Uiteindelijk nemen de Franken het vroegere Romeinse gezag over. Karel de Grote laat zich tot keizer kronen van het Heilige Roomse Rijk (opvolger van het West-Romeinse Rijk). Maar hij heeft concurrentie: in Constantinopel (de voormalige Griekse stad Byzantium, nu Istanboel geheten) zetelen de keizers van het Oost-Romeinse Rijk. Dat Byzantijnse Rijk blijft nog bestaan tot ver na Karel’s dood.

In de middeleeuwse standenmaatschappij staat de geestelijkheid (de Rooms-Katholieke Kerk) op de eerste plaats, boven de adel en de boeren. De samenleving is doordrenkt met christelijke leefregels en opvattingen over goed en kwaad. Kloosters spelen een belangrijke rol in het uitdragen van het christendom en het bewaren en doorgeven van kennis.
De Byzantijnse kloosters hebben een rijke tuincultuur, die zich gaandeweg vestigt in West-Europa. Monniken weten veel van tuinaanleg en van het kweken van planten voor uiteenlopend gebruik: als voedsel, als medicijn of als sierplanten met een religieuze betekenis. Zij moeten bovendien bekend geweest zijn met het ontwerp van de
chahar bagh, de vierdelige tuin. Die leent zich goed voor een christelijke interpretatie: de vier kanalen bijvoorbeeld symboliseren dan de vier rivieren in het paradijs. Een uniek 9e-eeuws document is de plattegrond van een kloostercomplex van St. Gall in Zwitserland. Daarop is een vierkante, vierdelige tuin getekend.
Overigens zijn het niet alleen monniken die zich bezighouden met tuinieren. Vorsten en andere edellieden leggen op hun grondgebied verschillende soorten tuinen aan: jachtparken, boomgaarden en lusthoven (pleziertuinen). In de steden willen de burgers eveneens een tuin bij hun huis. Zij hebben vooral een moestuin nodig voor hun dagelijks voedsel. De rijken kunnen daarnaast ook nog pronken met een siertuin.

 Hortus Conclusus

Al die middeleeuwse tuinen zijn omsloten door muren, hagen of gevlochten omheiningen, zoals op schilderijen en afbeeldingen in ridderromans, gebedenboeken en andere manuscripten te zien is. Veel van die afbeeldingen staan in het teken van de Mariaverering. Ze tonen Maria (al of niet met het kindje Jezus) in een omsloten tuin, zittend bij een fontein en vaak omringd door rozenstruiken.
De naam hortus conclusus verwijst zowel naar deze allegorische voorstellingen, als naar fysieke tuinen bij kastelen of kloosters. Er is maar weinig bekend hoe die middeleeuwse tuinen zich in werkelijkheid ontwikkelden. Ze bestaan immers niet meer en informatiebronnen zijn schaars. We moeten het hebben van aanwijzingen in de literatuur en schilderkunst. Maar die zijn vaak symbolisch bedoeld en geven niet altijd een natuurgetrouw beeld.

De woorden ‘hortus conclusus’ komen voor in het Bijbelse Hooglied, dat door Hiëronymus van Stridon in de 4e eeuw in het Latijn werd vertaald. In de Willibrord Bijbelvertaling staat: ‘Een gesloten hof ben je, mijn zuster, mijn bruid, een gesloten hof, een verzegelde bron’. Het Hooglied is bekend als een poëtische en erotisch geladen dialoog tussen een bruidegom en zijn geliefde, die wordt toegeschreven aan koning Salomo. Door de eeuwen heen is de tekst aanleiding geweest tot talloze commentaren van kerkvaders en literaire of religieuze interpretaties. De hortus conclusus werd uitgelegd als metafoor voor de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria, het paradijs, de Hof van Eden, of de band tussen de Kerk en Christus.

 Aanpak

hidden landscapes
De Wit, S (2018). Hidden landscapes.

Het mag duidelijk zijn dat de hortus conclusus niet zomaar een tuinmodel is. Dit zo doordachte geometrische en symbolische ideaal met zijn lange geschiedenis heeft sinds de Middeleeuwen vele tuinstijlen beïnvloed. Wel is gaandeweg het gesloten karakter van de hortus conclusus steeds meer opengebroken. De herontdekking van de hortus conclusus door Aben en De Wit heeft architecten geïnspireerd tot het ontwerpen van talloze nieuwe vormen en toepassingen. Die vormenrijkdom maakt het echter niet gemakkelijk om in moderne stadstuinen aspecten van het klassieke hortus conclusus concept te ontdekken.

In 2017 en 2018 bezocht ik ca. 70 locaties, vooral in de grote steden. Van enkele tuinen maakte ik in 2019 nog aanvullende foto’s. Bijna alle locaties zijn openbaar of semi-openbaar terrein en goed toegankelijk. Voor dit album selecteerde ik 22 tuinen en van elke tuin 3 foto’s. Bij elke tuin geeft een korte tekst meer informatie over de locatie, geschiedenis, inrichting of andere bijzonderheden. Van 8 tuinen is er een uitgelichte foto op A4 formaat. Tenslotte staan er op pagina’s 6 en 7 enkele afbeeldingen als illustratie bij deze inleiding.

Tuinen, gemarkeerd met een sterretje (*) worden in één of meer publicaties expliciet aangeduid als hortus conclusus of omsloten tuin. [NB. Op deze website is deze * markering alleen aangegeven in de overzichten op de pagina Tuinen A – Z. Dus niet in de titels van de tuinenpagina’s zelf]
De keuze van de overige tuinen berust geheel op mijn eigen interpretatie. Zo heb ik ter vergelijking ook voorbeelden van een Chinese en een Japanse tuin toegevoegd. Enkele
tijdelijke tuinen bestaan helaas niet meer. 

Elke tuin heeft zijn eigen karakter. Daar wilde ik in mijn foto’s iets van vastleggen. Verschillende elementen dragen bij aan die eigen sfeer: de begrenzing van de tuin (muren, hekken, ed.), planten en bomen, indeling, kunstwerken, gebouwen of de relatie met de omgeving. Wat de doorslag geeft kan in elke tuin anders zijn. Zelfs ‘beslotenheid’ is een aspect dat van plek tot plek kan verschillen. Ik hoop dat dit album daar een indruk van geeft.


Foto’s bij de inleiding

 

Afb. 1 en 2. Bijbelse Hortus en Botanische Hortus

 

Direct aan het begin van mijn zoektocht ontdekte ik dat in Warfhuizen, ca 23 km van mijn woonplaats Groningen, de kluizenarij van broeder Hugo is gevestigd, onder de naam Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin. (http://www.beslotentuin.nl/).
Tijdens dit project volgde ik vaak mijn eigen intuïtie. En zo kwam ik ook bij de wortels van mijn tuineninteresse: Bogor, waar ik in mijn jeugd woonde. De oude botanische Plantentuin (Kebun Raya), met zijn imposante toegangspoort en de laan met torenhoge kanariebomen (http://www.indonesienu.nl/nu-actueel/kebun-raya-bogor-botanische-tuin).

Afb. 1In Warfhuizen (Groningen) bevindt zich een kluizenarij, met de naam “Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin”. Die naam verwijst naar de middeleeuwse hortus conclusus, een symbool van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria. Dit beeldje van Maria met het kind Jezus bevindt zich in een kastje bij de ingang van de kerk. (Eigen foto 2017).

Afb. 2Oude ingang van Kebun Raya, de wereldberoemde botanische tuin te Bogor. De vroegere naam ‘’s Lands Plantentuin te Buitenzorg’ verviel nadat Indonesië in 1945 onafhankelijk werd. De twee witte zuilen zijn versierd met beelden van Ganesha, de olifantgod van wijsheid en kennis. (Foto uit 1998. Bron: Wikipedia).

 

Afb. 3 en 4. Archetypen: oase en loo

 

Aben en de Wit noemen in hun boek twee landschappelijke archetypen: de oase, een groene, waterrijke plek in de verzengende woestijn, en de open plek of loo (Duits: Lichtung) in het onherbergzame middeleeuwse woud. Het zijn de oervormen van onze Europese tuinen:

De omsloten tuinen van Egypte, Perzië, Mesopotamië en Babylon zijn gemodelleerd naar het oosterse archetype van de oase. Met de hortus conclusus wordt de oosterse tuin vertaald naar de westerse context met het archetype van de Lichtung als model […] (Aben & De Wit 1998, p. 26).

Afb. 3Eén archetype van de tuin is de groene oase in de woestijn. Op de Heijplaat in Rotterdam was ooit een quarantainestation voor zieke zeelieden gevestigd. Sinds de jaren ’80 wonen er kunstenaars. Ook zonder woestijn heeft dit schiereiland alles van Nederlandse oase. Een klein strandje, omringd door een druk bevaren rivier en de hectiek van havens, industrie en stadslandschap. (Eigen foto 2017).

Afb. 4Een ander archetype van de tuin is de open plek in het bos. Het Bevrijdingsbos in Groningen werd in 1995 aangelegd, als eerbetoon aan de Canadese militairen die de stad in 1945 bevrijdden. Dit pleintje aan het begin van het bos is gemarkeerd met een esdoornblad, het nationale symbool van Canada. Een plek, die niet alleen omsloten is door bomen, maar ook door onze gedachten over oorlog en vrede. (Eigen foto 2017).

 

Afb. 5 en 6. Hortus conclusus, verschijningsvorm

 

De omsloten tuin wordt een paradox genoemd. Hij is zowel binnen als buiten, zowel eindig als oneindig, zowel landschap als architectuur, zowel open als gesloten. De omsloten tuin wordt ook wel omschreven als een microkosmos, of een kamer met de hemel als plafond. Middeleeuwse afbeeldingen van de hortus conclusus laten dikwijls een vierkante of rechthoekige, soms een ronde tuin zien. Moderne stadstuinen hebben zeer uiteenlopende vormen. Ook hun omsluiting, geheel of gedeeltelijk, en hun toegang kunnen sterk variëren. In een tuin die omgeven is door muren zie je geen horizon en kijk je al gauw omhoog. De denkbeeldige verbinding tussen hemel en aarde (de zgn. axis mundi) had voor de middeleeuwse mens grote betekenis. In dichtbebouwde steden van nu gaat de horizon dikwijls schuil achter hoogbouw. Ook daar krijgt die verticale oriëntatie nadruk.

Afb. 5Maquette van een Egyptische tuin. Grafgift uit de tombe van Meketre, ca. 1981-1975 v.C. Een ommuurde tuin met vijver (niet zichtbaar) en bomen grenst aan de veranda van een huis. Zuilen vormen de overgang tussen huis en tuin. (Foto ongedateerd. Bron: Metropolitan Museum of Art).

Afb. 6Middeleeuwse symbolische afbeelding van een hortus conclusus. In het midden staat een boom. De Boom des Levens? Of de Boom van Kennis van Goed en Kwaad? Het patroon van paden dat de tuin in vieren deelt was al bekend van Perzische tuinen. (Herkomst en datering van de afbeelding is mij onbekend)

 

Afb. 7 t/m 10. Hotus conclusus, hoofdtypen

 

Aben en De Wit benoemden in 1998 drie typen van de hortus conclusus: de kloostertuin, de lusthof of kasteeltuin en de botanische tuin. Van deze typen bestaan nog diverse replica’s. Saskia de Wit analyseert in haar latere proefschrift Hidden landscapes 31 moderne tuinen, waarbij zij ook aandacht geeft aan de zintuiglijke beleving. Zes tuinen vormen een nieuwe typologie van de grootstedelijke omsloten tuin, de ‘metropolitan enclosed garden’. Een bijzonder interessante studie, misschien zal ik daar later nog op ingaan. (De Wit, 2014, p.124-128).

Aben en De Wit onderscheiden drie typen: afb.7: Hortus contemplationis (kloostertuin); afb. 8: Hortus ludus (lusthof, kasteeltuin); afb. 9: Hortus catalogi (botanische tuin); ik voeg daar nog aan toe afb.10: het hofje of gasthuistuin, dat door andere auteurs als apart type wordt genoemd. Hierboven van alle vier typen een voorbeeld, resp. het Pandhof Ste Marie in Utrecht, het Muiderslot, de Clusiustuin in de Leidse Hortus Botanicus en het St. Anthonygasthuis in Groningen.

 


Expositie over Middeleeuwse tuinen, RMO Leiden

Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden had in 2019 (vanaf 2 mei t/m 1 september) de mooie tentoonstelling ‘Middeleeuwse tuinen. Aardse paradijzen in oost en west’. Bij de expositie hoort een boekje, met dezelfde titel (Middeleeuwse tuinen – aardse paradijzen in oost en west, 1200-1600). Het is geschreven door conservator Annemarieke Willemse. Verkrijgbaar in de RMO museumwinkel https://www.rmo.nl/

 


Jo Han Khouw

Jo Han Khouw

was vele jaren informatiespecialist in het hoger onderwijs, gedreven door zijn interesse voor bibliotheken, documentatiesystemen en hun gebruikers. Daarnaast had − en heeft − hij veel belangstelling voor de natuur (o.a. geologie), beeldende kunst en lokale geschiedenis.
Na zijn pensioen ontdekte hij de fotografie. Zijn favoriete thema’s zijn o.a. landschappen, tuinen, architectuur en kunst in de openbare ruimte.

 

 

 

 

 

.

 

Documentatie

Op deze pagina zowel geselecteerde literatuur in het fotoboek (Geraadpleegde bronnen), als ook aanvullende documentatie.
Documentatie over specifieke locaties zal (ook) vermeld worden bij de betreffende tuinlocaties.

Geraadpleegde bronnen (album)

Aben, R. & S. de Wit. (1998). De omsloten tuin: geschiedenis en ontwikkeling van de hortus conclusus en de herintroductie ervan in het hedendaagse stadslandschap. Rotterdam: Uitgeverij 010.
Backer, A.M., E. Blok & C. Oldenburger-Ebbers (1998). De natuur bezworen: een inleiding in de geschiedenis van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur van de middeleeuwen tot het jaar 2005. Rotterdam: Uitgeverij de Hef. Gedownload van http://edepot.wur.nl/257920.
Baker, K. (2012) Captured landscape: the paradox of the enclosed garden. London: Routledge.
Brett, D.W.(2016). Photography and Place: Seeing and not Seeing Germany after 1945. Abingdon: Routledge. Deels online op https://books.google.nl/?hl=en.
Conan, Michel (1999). Perspectives on garden history. Washington D.C.: Dumbarton Oaks. Gedownload van https://www.doaks.org/research/publications/books/perspectives-on-garden-histories.
DeRushie, N.(2008). Horticultural Landscapes in Middle English Romance. (Master’s Thesis Univ. of Waterloo, Ontario, Canada). Gedownload van https://uwspace.uwaterloo.ca/handle/10012/4002.
Devolder, A-M. (2002. De openbare stadstuin: de omsluiting en ontsluiting van de openbare stadstuin. Rotterdam: Stichting AIR / NAI Uitgevers.
Hunt, P.(2011). Persian Paradise Gardens: Eden and Beyond as Chahar Bagh. Electrum magazine, july 2011. http://www.electrummagazine.com/2011/07/.
Kuiken, K.(1996). Het ‘Verborgen Rijk van Ming’: de tweeslachtige tuin: van de Droom in de rode kamer naar de Chinese tuin in Haren. Bres 178, 41-54.
Kullmann, K.( 2017). Concave worlds, artificial horizons: reframing the urban public garden. Studies in the History of Gardens & Desgined Landscapes, 37, 1, 15-32.
Latiff, Z.A., M.Y. M. Yunos, & M.M.Yaman (2016). A discourse on the Persian Chahar-Bagh as an Islamic garden. Planning Malaysia Journal, 15, 3. Gedownload van https://www.planningmalaysia.org/index.php/pmj/article/view/303.
Maliavin, V.(2013). Strolling in Chinese Garden: an experience of self-re(dis)covering. Gedownload van https://www.sredotochie.ru/strolling-in-chinese-garden-an-experience-of-self-rediscovering/
Moore, C.W., W.J. Mitchell, & Turnbull, W. Jr. (1988). The poetics of gardens. Cambridge: MIT Press.
Stuip, R.E.V. & C. Vellekoop (Eds.) (1992). Tuinen in de Middeleeuwen. Hilversum: Verloren.
Wit, S. de.(2018). Hidden landscapes: the metropolitan garden as a multi-sensory expression of place. Amsterdam: Architectura et Natura. (Proefschrift, getiteld Hidden landscapes: the metropolitan garden and the genius loci. TU Delft 2014. Gedownload van https://repository.tudelft.nl/).
Yang, M.(2017). Visiting, Picturing and Experiencing the Cinese Garden. (Master’s Thesis Northeastern Univ. , Boston, Massachusetts). Gedownload van https://repository.library.northeastern.edu/files/neu:cj82qk80n.

.

Utrecht: Centraal Museum

trefwoord: vergankelijkheid

Locatie: Nicolaaskerkhof. Poort tussen museumcafé en Nicolaïkerk. Bezocht: 17-06-2018

Het in 1830 opgerichte Gemeentelijke Museum voor Oudheden werd in 1929 samengevoegd met enkele particuliere verzamelingen en ondergebracht in het voormalige Agnietenklooster (daterend uit 1420). Dat was het begin van het Centraal Museum (https://www.centraal-museum.nl/ ).

Rond het oude kloostercomplex lagen in die tijd twee binnentuinen. Cultuurhistorisch onderzoek door het bureau Oldenburgers Historische Tuinen (https://www.oldenburgers.nl/) gaf een goed beeld van deze groenzones in de jaren ’20 en 2007. Eén tuin was ingericht als kloostertuin, met kenmerken van zowel een lusthof als een hortus conclusus. Het rapport (‘Kloostertuin’ van het Centraal Museum in Utrecht: waardestelling en aanbevelingen, 2007) vermeldde dat deze tuin mogelijk was aangelegd naar het voorbeeld van enkele middeleeuwse schilderijen van Maria met kind in een omsloten tuin. Met de bedoeling om een ‘levend schilderij’ van een hortus conclusus te creëren. De tweede tuin, naast de kapel, kon zijn opgezet als pandhoftuin. Maar het was niet meer dan een grasveld, omgeven door een schelpenpad, zonder een kruis- of kloostergang.Door de jaren heen waren beide tuinen door achterblijvend onderhoud verwaarloosd en verwilderd. Het rapport deed twee aanbevelingen: alsnog realiseren van een hortus conclusus als ‘levend schilderij’; of het samenvoegen van beide tuindelen in een nieuw totaalplan.

Na een eerdere verbouwing in 1999, zocht de museumdirectie in 2009 opnieuw naar verbeteringen om een groeiend aantal bezoekers te kunnen bedienen. Een analyse in samenwerking met bureau Soda mondde uit in een plan voor een complete facelift http://soda.nl/projecten/centraal-museum-utrecht/. In de periode 2011-2016 werden niet alleen de gebouwen, maar ook de omgeving en de organisatie heringericht.
Wat de tuin betreft besloot men, in lijn met de tweede aanbeveling in de waardestelling, tot een samenvoeging van alle deeltuinen in het ommuurde gebied rondom het museum en de naastgelegen Nicolaikerk. Een beplanting in drie lagen – een groot gazon, borders met vaste planten en een uitgekiende selectie bomen – geeft de tuin nu een eigen karakter. Een ‘levende’ hortus conclusus, zoals in 2007 werd voorgesteld, is er niet gekomen, maar in de nieuwe museumtuin is de geest van de vroegere omsloten kloostertuin nog steeds aanwezig.

Beeldend kunstenaar Couzijn van Leeuwen maakte voor deze tuin een metalen, zilverkleurig hek. Versierd met bladvormen en tuin gereedschap (zoals ginkoblad, zeis en heggenschaar). De oude kloostergevels versierde hij met keramieken gedenkplaten. Daarop zijn plantmotieven en skeletdelen te zien. Verwijzingen naar vergankelijkheid, leven, dood en bezinning. Van Leeuwen overleed op 16 juli 2018 (https://www.couzijnvanleeuwen.nl/).

Albumfoto’s

 

 

.

Utrecht: Bikkershof

trefwoord: buurtgroen

Locatie: Bekkerstraat 26 Bezocht: 26-08-2017

Bij de ingang staat een stenen zuil met de tekst: ‘Het is zoals het is en het gaat zoals het gaat’. Het was de lijfspreuk van Peter Peels, de initiatiefnemer van deze buurttuin. Hij overleed in 2007, de zuil is een blijvende herinnering.

Wittevrouwen is een dichtbebouwde buurt in de Utrechtse wijk Noordoost. Twee autobedrijven, die gevestigd waren op een binnenterrein, verkochten in 1979 hun grond aan de gemeente. Wijkbewoners klopten bij de gemeente aan met het plan om dat terrein in te richten als een zelfbeheerde buurttuin. Daar kwam wel iets bij kijken. Bodem en grondwater waren zwaar verontreinigd. Het duurde meer dan vijf jaar voordat alle vervuiling was opgeruimd. Ook hadden bewoners en gemeente verschillende ideeën over de inrichting van het gebied. Pas na enige politieke actie – geheel in de tijdgeest van de jaren ’80 – kwam men tot overeenstemming, ook over het beheer. In 1987 vond de officiële opening plaats van de Bikkershof (http://www.bikkershof.nl/). Het is nu een van de oudste zelfbeheertuinen in Utrecht, die brede bekendheid geniet en model heeft gestaan voor vele andere buurttuinen.

Eén helft van de tuin is bestemd voor volkstuintjes, fruitbomen, plantenkas en dierenhokken. De andere helft omvat een kinderspeeltuin, een fraaie heemtuin en een vijver. Er zijn insectenhotels, bijenkasten en bankjes voor bezoekers. De omliggende woningen, die tussen het groen zichtbaar zijn, creëren een intieme, besloten omgeving. Het lijkt mij al een kunststuk om de lange, smalle tuin (ca. 130×20 meter) zo gevarieerd in te richten. Maar bijzonder is ook dat in de Bikkershof het uitgangspunt van permacultuur wordt gevolgd. Permacultuur gaat verder dan ecologisch of natuurlijk tuinieren. Het gaat over zorg voor de aarde, zorg voor de mens, eerlijk delen. In de Bikkershof betekent dat: realiseren van een gesloten, groene kringloop en van zoveel mogelijk diversiteit. Maar daarnaast, ook het instandhouden van het zelfbeheer en de verbinding tussen groen, sociaal en cultuur.

Albumfoto’s

 

 

.

Utrecht: Art Utrecht, PJ Roggeband

trefwoord: spelende mens

Locatie: Neude, Utrecht. Bezocht: 16-09-2018

PJ Roggeband is een Amsterdamse kunstenaar ‘die opereert op het snijvlak van tekenen en taal’, volgens een artikel uit 2013, op de website van het Stedelijk Museum. (https://www.stedelijk.nl/nl/evenementen/pj-roggeband). Sinds 2002 stort PJ zich vol overgave op het gekken- of narrengetal 11. Speciaal op woorden van 11 letters. Zijn eigen naam telt er ook elf. Zijn website www.elfletterig.nl toont een letterlijk brééd overzicht van zijn ludieke en licht absurde projecten, die herinneren aan Dada, Fluxus en popart uit de jaren ’60 en ’70. Er zit ook een groeiend aantal elfletterige ‘groenprojecten’ bij, zoals de Uitleentuinen, de Uitlaattuin, de Knalpottuin oftewel Groenspuwer en het Zuidasgroen.

PJ noemt zichzelf vooral een ideeënman, maar hij is ook een geboren performanceartiest (of in zijn eigen elfletterige bewoording: een ‘optreedvent’). Zijn vondsten op tuingebied hebben bovendien een sociale inslag. Hij wil stadsbewoners die geen eigen tuin hebben graag een alternatief aanreiken.

In 2013 organiseerde het Museum voor Religieuze Kunst in Uden de expositie Hortus Conclusus. PJ ontwierp samen met Hans van Lunteren een eigen versie van de hortus conclusus: de tuin is verkleind tot een draagbare plantenbak, die de drager rond zijn middel omsluit. In elf letters: de Omsluittuin.

Ik ontmoette PJ en zijn metgezellen Ed en Carolien op een kunstmanifestatie van Art Utrecht. Ze hadden drie draagbare tuinen bij zich: de Groenspuwer, de Uitlaattuin en de Amfibietuin (een variant van de Omsluittuin, die ook in water uitgelaten kan worden). De kleine Uitlaattuin doet denken aan de Egyptische tuinmaquette (zie pagina Inleiding, afbeelding 5). Tegenover de vele serieuze hortus conclusus interpretaties lijkt PJ’s amfibische Omsluittuin slechts een curiositeit. Ten onrechte. Deze ‘hangende tuin’, gevuld met lamsoor en humor, biedt een even verrassende als scherpzinnige kijk op de omsloten tuin.

PJ Roggeband en metgezellen maken zich op voor hun presentatie op Art Utrecht op de Neude, Utrecht 16-09-2018

Een van onderstaande albumfoto’s vertelt meer dan één verhaal. Achter PJ Roggeband met zijn hangende tuin staat een zeecontainer met het opschrift Along the road to Nineveh. Die titel verwijst naar een expositie van de Iraakse kunstenaar Qassim Alsaedy, tegelijk met de grote Nineveh tentoonstelling in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden (okt. 2017-mrt. 2018). De naam Nineveh refereert ook aan de legendarische ‘hangende tuinen’ van Babylon. Volgens onderzoek uit 2013 zou de werkelijke locatie van die tuinen niet in Babylon, maar in Nineveh zijn geweest.

Albumfoto’s

 

 

Extra foto’s

 

.

Utrecht, Leidsche Rijn: Maximapark, pergola

trefwoord: half-open structuur

Locatie: Bij Max Ernstlaan 28 (Leidsche Rijn) Bij de Vlinderhof de door de Parkpergola omrande vijver. Bezocht: 05-08-2018

Ten westen van Utrecht ligt Nederlands grootste vinexlocatie, verdeeld over de wijken Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. De beide wijken telden in 2018 ca. 84.000 inwoners. Als het Leidsche Rijn project gestart in 1997 – in 2030 afloopt, zal dat aantal nog wel iets meer zijn. Er is dikwijls kritiek geuit op deze en andere vinexwijken. Maar volgens onderzoek vinden de meeste bewoners het er best aangenaam wonen.

In vroeger tijden liep hier de meest noordelijke tak van de Rijn, Oude Rijn geheten, van Utrecht naar de monding bij Katwijk aan Zee. Tussen ca. 40 tot 270 n.Chr. was de Rijn tevens de noordelijke grens (limes) van het Romeinse Rijk. Het was toen al een druk bevolkte streek. Overblijfselen uit die tijd worden bewaard in en rond het Castellum, een museum in de Hoge Woerd dat in 2015 werd geopend. In de Middeleeuwen was dit een uitgestrekt moeras- en veengebied, met klei- en zandruggen langs de Oude Rijn en zijrivieren. Het bleek prima grond voor (glas)tuinbouwbedrijven die zich er begin 20e eeuw vestigden. De Alendorperweg en de Alendorperwetering herinneren nog aan dit oude kassengebied.

In 1997 werd een ontwerpwedstrijd voor de aanleg van het Máximapark gewonnen door het Rotterdamse bureau West 8, van de internationaal bekende architect Adriaan Geuze (http://www.west8.com/projects/mximapark_formerly_leidsche_rijn_park/). Het heette eerst het Leidsche Rijn park, maar de Utrechtse gemeenteraad vernoemde het park in 2011 naar prinses Máxima. In 2013 mocht zij als koningin Máxima het park openen. Met een oppervlakte van ca. 300 ha. is het een van de grootste stadsparken van Nederland.

Spectaculair onderdeel is de 3,5 km lange, 6 m hoge pergola: een half-open betonnen omheining, die op een zeer fraaie manier is vormgegeven, met ook veel aandacht voor ecologische aspecten (begroeiing, schuil- en nestplekken voor dieren). Het Máximapark wordt soms een moderne hortus conclusus genoemd, juist vanwege die pergola (https://www.rietveldprijs.nl/maximapark/). Zelf vond ik echter maar één plekje waar die typering goed tot zijn recht komt: een vijver bij de Vlinderhof, omringd door die witte honingraatachtige wand met fraaie lichtinval. Die aanblik blijft je bij. (http://www.postplanjer.nl/recensie/mooi-fremdkorper-in-maximapark/)

Albumfoto’s

 

 

.

Rotterdam: Tuin van Noord

trefwoord: gesloten structuur

Locatie: ingang Zegwaardstraat. Bezocht: 02-06-2018 (Dag van de Bouw)

De Noordsingel vormt de grens tussen twee Rotterdamse wijken: het Oude Noorden en de Agniesebuurt. Langs het water staat een monumentaal pand in neorenaissancestijl: het voormalige Gerechtsgebouw en Notarieel Archief, gebouwd in 1898 door W.C. Metzelaar. Wat je niet kunt zien is de strafgevangenis achter het gerechtsgebouw. De bouw daarvan, in 1866 begonnen door A.C. Pierson, werd in 1872 voltooid door J.F. Metzelaar. De laatste was een internationaal bekende gevangenisarchitect en vader van W.C. Metzelaar. Hun ontwerpen in de zgn. ‘eclectische stijl’ vallen op door imponerende toegangspoorten en torens, compleet met schietgaten en kantelen. Maar die Middeleeuwse retroelementen verhullen dat de Metzelaars werkten aan een ingrijpende vernieuwing van het gevangeniswezen.

De invoering in 1851 van het Cellulaire Stelsel (opsluiting in individuele cellen) veroorzaakte een grote productiegolf van nieuwe gevangenissen. De ‘Noordsingel’ was een vleugelgevangenis: vier stervormig gerangschikte vleugels verbonden met een centrale hal vanwaaruit toezicht werd gehouden. Dit ‘panopticum’ komt nog duidelijker naar voren in de door de Metzelaars ontworpen koepelgevangenissen in Breda, Arnhem en Haarlem. De Noordsingel gevangenis deed later dienst als Huis van Bewaring, tot de sluiting in 2013. Maar al in 2011 kwam er een projectplan tot stand voor de herontwikkeling van het voormalige gevangeniscomplex.

Het project Tuin van Noord https://www.tuinvannoord.nl/ omvat verschillende typen woningen en appartementen. De vroegere gevangeniskapel wordt een ontmoetingscentrum. Het Gerechtsgebouw, een rijksmomument, is inmiddels een bedrijfsverzamelgebouw. Een groot deel van het terrein wordt ingericht als een buurtpark. Omdat de oude, hoge gevangenismuren blijven staan krijgt dit park een intiem en besloten karakter. Een hortus conclusus, zo staat het in het projectplan. Over enkele jaren zal daar meer van te zien zijn.

De Dag van de Bouw is een jaarlijks evenement, georganiseerd door Bouwend Nederland, waarbij bouwplaatsen door het hele land zijn opengesteld voor het publiek. Tijdens de editie van 2018 was o.a. het terrein van Tuin van Noord bij uitzondering te bezoeken. Een van de foto’s hieronder geeft een beeld van een bijna geheel gestripte vleugel. De inwendige structuur en de opdeling in individuele cellen is nog goed te zien. Een andere foto toont de gevangenismuur die het terrein afbakent. De onderste helft van de muur is wit geschilderd. Tegen die achtergrond vielen gedetineerden  goed op en was ontsnappen over de muur nog niet zo gemakkelijk. Een luchtplaats, gelegen tussen de kapel en de voormalige vrouwenvleugel, was ooit als tuin ingericht door een vrouwelijke bewaarder en naar haar vernoemd: Corrie’s place. Ik zocht ernaar, maar tevergeefs, de plek was al verdwenen. Maar in een andere muur zag ik een gat met daarachter bomen en struiken. Een tuin? Een opening naar de vrijheid!

 

Albumfoto’s

 

 

.