Puintuin Ennam-terrein (2002-2004)

Puintuin Ennam-terrein (2002-2004)

Nieuwe pagina:
Aan de zuidzijde van de Herewegviaduct, tegenover de Rabenhauptstraat, lag vroeger de zgn. ENNAM-locatie (Hereweg, nrs. 30 t/m 38.). Op dit terrein was begin van de 20e eeuw een autobedrijf gevestigd, de Eerste Noord-Nederlandsche Automobiel Maatschappij (ENNAM). Na een lange geschiedenis verhuist het bedrijf in 1997 naar een andere plek in de stad. Het braakliggende terrein wordt in 2000 gekraakt. Tijdens de fraaie zomers van 2002, 2003 en 2004 stellen de krakers het voormalige ENNAM-terrein open voor een jaarlijks Puintuin festival.

Lees verder op deze pagina

 

Puintuin Ennam-terrein (2002-2004)

Aan de zuidzijde van de Herewegviaduct, tegenover de Rabenhauptstraat, lag vroeger de zgn. ENNAM-locatie (Hereweg, nrs. 30 t/m 38.). Een bedrijventerrein met een lange geschiedenis, die teruggaat tot 1906. In dat jaar vestigt ondernemer Derk Bakker daar een automobielen- en motorrijwielenhandel. In 1910 richt hij met ingenieur Hendrik Penon de Eerste Noord-Nederlandsche Automobiel Maatschappij (ENNAM) op. Het bedrijf ontwikkelt zich snel. Ook na de oorlogsjaren gaat de groei gestaag verder. De ENNAM ontwikkelt o.a. een gepatenteerde installatie voor het rijden op LPG. In 1963 komt het bedrijf echter in handen van de EMS, de Exploitatie Maatschappij Scheveningen van de bekende, zo niet beruchte, projectontwikkelaar Reinder Zwolsman. Daarmee begint de neergang, want binnen de EMS wordt de ENNAM financieel leeggezogen.

In het Nieuwsblad van het Noorden van 17 juli 1964 staat een curieus bericht. Zwolsman heeft het plan om samen met architect K.G. Olsmeyer een enorm zakencentrum annex hotel te bouwen op een terrein van de ENNAM aan de Waterloolaan (*). Eerst denkt men aan een gebouw van 125 meter (!) hoog, later wordt dat teruggebracht tot ca. 85 meter.

(*) Bedoeld wordt de voormalige Fongersgarage op de hoek Hereweg/Waterloolaan. De Fongersgarage is sinds 1963 een van de ENNAM werkmaatschappijen. Ruim vijfentwintig jaar later wordt op diezelfde plek een opvallend kantoorpand gebouwd, met de klinkende naam La Belle Alliance (1990). Architecten zijn K.G. Olsmeyer, De Graaf en Algra…

Het ENNAM bedrijf wordt in 1973 overgenomen door de Amsterdamse Opeldealer RIVA. In 1982 volgt een nieuwe overname, door door Opeldealer J.K. van der Molen in Groningen. En in 1993 is het duidelijk dat de voormalige ENNAM garage zijn plek aan de Hereweg zal verlaten. Enkele jaren later, in 1997, verhuist Van der Molen naar een nieuwe vestiging aan de Europaweg aan de Oostkant van de stad.

Vanaf 1993 zijn er al plannen in de maak voor nieuwbouw op de oude locatie. Daar zit eerst niet veel vaart achter. Een gemeentelijk voorstel voor een stedenbouwkundig plan (1999) stuit bij bewoners in de omgeving op fel verzet, omdat er een concept in is opgenomen van een flatgebouw van acht woonlagen. In 2000 wordt het braakliggende terrein gekraakt. De nieuwe eigenaar, Woonzorg Nederland, spant een kort geding aan, ook omdat de aanwezigheid van asbest is geconstateerd. Maar volgens de daaropvolgende uitspraak mogen de krakers blijven. In 2001 wordt het asbest opgeruimd en zien Woonzorg en de gemeente af van hun plannen. Tot grote tevredenheid van zowel omwonenden als de krakers, verenigd in het kunstenaarscollectief Loco-Motief.

Tijdens de fraaie zomers van 2002, 2003 en 2004 is de ENNAM-locatie opengesteld voor een jaarlijks Puintuin festival. Buurtbewoners en andere belangstellenden zijn welkom. De krakers, stadsnomaden, autonomen, of hoe zij zich ook noemen, hebben hun creativiteit losgelaten op het hergebruik van diverse afvalmaterialen. Er heerst een relaxte sfeer. Als buurtbewoner en bezoeker ben ik wel benieuwd om te zien wat zich op deze tijdelijke vrijplaats allemaal afspeelt.

Vlak voor de derde editie van het festival, juni 2004, wordt echter nogmaals asbest gevonden, dit keer op enkele plekken in de bodem. Het terrein wordt deels afgesloten en burgemeester Wallage waarschuwt de Groningers om niet naar de Puintuin te komen. Woonzorg stapt opnieuw naar de rechter en dit keer verliezen de krakers, ze moeten vertrekken. Niet lang daarna gaat het hek helemaal op slot. En op 17 augustus beginnen de sloopwerkzaamheden. De ENNAM-locatie is definitief geschiedenis. Het terrein wordt alsnog volgebouwd met nieuwe woningen en heet nu Herenhof. Het is een onderdeel (zeg maar een sub-buurtje) van de Herewegbuurt.

Naschrift:

Op mijn JODOC webblog had ik jaren geleden een korte tekst over deze Puintuin geschreven. Maar omdat ik regelmatig oude blogteksten verwijder, was op enig moment ook het Puintuinartikel verdwenen, inclusief de bijbehorende afbeeldingen. Op één na, zo bleek afgelopen jaar. In mijn verzameling blogfoto’s was een foto van de Puin overgebleven, die via het internet nog te vinden was. Af en toe kwam daar een bezoeker langs, maar die vond alleen die ene foto (van een poort van spuitbussen). Dat gaf mij te denken. Juni 2020 liet ik een selectie van mijn oorspronkelijke fotoprints nog eens scannen. En afgelopen maand (januari 2021) vond ik op het web nog voldoende informatie – o.a. in het archief van het Dagblad van het Noorden – om de geschiedenis van het Groningse Puintuin festival (2002-2004) nog een beetje te reconstrueren.

 Maar wat doet die Puintuin eigenlijk op deze website over omsloten tuinen? Het was immers geen tuin in de gangbare betekenis. Tuinliefhebbers zullen de aanduiding ‘tuin‘ niet eens in de mond willen nemen. Achteraf gezien vond ik deze plek toch interessant genoeg voor een beschrijving op deze site. Tijdens mijn fotoproject was ik nog wel meer tuinen tegengekomen waar verval en afbraak, puin en afval een grote rol spelen. Bijvoorbeeld de Mauritstuin (ook in Groningen, aan de andere kant van het spoor naar Assen, hemelsbreed nog geen 200 meter verderop). Of de verlaten tuinbouwkassen in Frederiksoord. Of het kunstwerk Hemels Gewelf, aangelegd in de Haagse puinduinen.
Andere tuinen ontstonden eveneens door kraakacties of tegendraadse buurtinitiatieven: het Panderplein in Den Haag, de Rotterdamse Daktuin en Dakgaard, de Bikkershof in Utrecht. Het zijn voorbeelden van een brede beweging, gericht op vergroenen van verwaarloosde of vergeten plekken in de stad, door middel van stadslandbouw, stadsmoestuinen of guerilla gardening.

Zo te zien hielden de bewoners van de Puintuin zich echter vooral bezig met afvalkunst (guerilla art, waste art, recycled/upcycled art). Van 2002 t/m 2004 was het terrein niet alleen een alternatieve verblijfplaats, maar ook een openluchtexpositie en -podium. Nu is er op die plek niets meer wat nog aan die Puintuin herinnert. Ook op het internet vond ik weinig: slechts een handvol foto’s van Mathieu Keuter van Lewenborg, een van de Puintuinkunstenaars. Met deze pagina komen daar nog een paar van mijn snapshots bij.

De locatie was aan drie kanten ingesloten door bebouwing en langs het spoor door een hek. Slechts een klein hoekje van de Puintuin was begroeid met struiken en hoog opschietend gras. Het grootste gedeelte van het driehoekige terrein was bezaaid met hopen baksteen, spiegelglas, autobanden, fietsen en verfspuitbussen. Een verzameling ‘junk art‘ objecten liet zien hoe creatieve geesten de afvalmaterialen tot nieuw leven wisten te wekken. Midden op het terrein stonden twee helften van een roze, doorgezaagde badkuip. In dit staaltje krakerskunst zag ik een komische verwijzing naar het element water, een belangrijk kenmerk van de hortus conclusus.

Meer:

  •  Boldrick, S. (2015). Trash as Trash as Art: Reflections on the Preservation and Destruction of Waste in Artistic Practice. NANO, june 2015. [Webpagina op de website van New American Notes Online].
  • Buxton, P. (2017). Squatting as urban regeneration. RIBA Journal, 13 february. [Webpagina op de website van Journal of the Royal Institute of British Architects.
  • Dagblad van het Noorden (online archief), geselecteerde artikelen op volgorde van publicatiedatum:
    – Ennam-terrein: van puinzooi naar Puintuin, 23-05-2002, p.9.
    – Puintuin 2 is weer een mooi avontuur, 02-07-2003, p. 9.
    – Krakers boos over asbest op Ennamterrein, 01-06-2004, p.9.
    – Krakers nemen risico’s vervuild Ennam-terrein Groningen voor lief, 03-06-2004, p.10.
    – Wallage: mijdt festival op asbestterrein, 05-06-2004, p.9.
    – Krakers moeten Ennamterrein verlaten, 07-06-2004, p. 9.
    – Bezoekers Ennamterrein negeren advies burgemeester, 07-06-2004, p. 11.
    – Rechter zet krakers van Ennam-terrein op straat, 07-07-2004, p. 14.
    – Asbest zo goed als weg, maar een vieze troep blijft het, 20-07-2004, p. 13.
    – ENNAM al lang onderwerp van discussie, 06-08-2004, p. 7.
    – Sloop Ennamterrein nu echt begonnen, 16-08-2004, p. 7.
  • Derk Bakker en de ENNAM. [Webpagina op de website deverhalenvangroningen.nl].
  • Guerilla gardening (Wikipedia pagina).
  • Keuter van Lewenborg, M. (2012).Extra grote verhalen [Blogpost op de website van kunstenaarMathieu Keuter van Lewenborg, met foto’s van de Puintuin in 2004.
  • Kunst in gang en draaideur. [Webpagina, over de kunstenaars Harry Bos en Mathieu Keuter van Lewenborg, die in 2012-2013 werk exposeerden in het Harmoniegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen.
  • Molen, H. van der. De “E.N.N.A. Mij” v/h D. Bakker [Webpagina op de website Hugo van der Molen’s Historic Papers site: a collection of historic invoices and letters: een verzameling historische rekeningen en brieven].
  • Papa Jacq. en de puintuin (2004). Webpagina op de website gronical.nl fotoweblog.
  • Sijstermans, P.M.J. (2008). Krakers in gebiedsontwikkeling. Rotterdam: Erasmus Universiteit. Masterscriptie (PDF).
  • Squatting in the Netherlands (Wikipedia pagina).
  • Zwolsman wil een groot zakencentrum in Groningen (Artikel in Nieuwsblad van het Noorden. Zoek op de website van Delpher.nl, naar Nieuwsblad van het Noorden, 17 juli 1964).

Foto’s

 

Amsterdam: drijvende tuinen van Robert Jasper Grootveld

trefwoord: drijfgroen

Locatie: Entrepothaven, steiger aan de Zeeburgerkade. t.o. appartementencomplex Maandag. Bezocht: 13-10-2018

[Bijgewerkt 05-11-2020] Als het gaat over drijvende tuinen, komt ook Robert Jasper Grootveld voorbij. Zijn naam zal de huidige millennials weinig zeggen, maar bij de generatie die de jaren ’60 en ’70 meemaakte moet er een belletje rinkelen. Grootveld? Was dat niet die excentrieke Amsterdamse stadssjamaan? De kettingrokende antirookmagiër die happenings organiseerde op het Spui? Voorloper van de Provobeweging? Jawel, Grootveld was een fenomeen. Een potsenmaker die een nieuwe tijd aankondigde. Een kunstenaar met een onstuitbare vrijheidsdrang. In 1955 bouwde hij een vlot van lege biscuitblikken waarop hij door de grachten voer. Later ontwierp hij tuinen op vlotten van piepschuim. Een concept, dat meer dan eens is vergeleken met de Azteekse drijvende tuinen in Mexico.

Anders dan de hortus conclusus hebben drijvende tuinen geen muren, ze zijn omgeven door water. Het zijn eilanden, met een besloten sfeer en identiteit. Voor Grootveld betekende water echter geen begrenzing maar juist het tegenovergestelde: vrijheid! Zijn tuinen waren niet aan één plek gebonden, ze konden immers varen. Helaas dreigt het piepschuim van sommige vlotten na al die jaren nu te vergaan en bij te dragen aan vervuiling door (micro)plasticsoep.

De rol van Jasper Grootveld in de Nederlandse geschiedenis is niet gering. De inleiding bij zijn persoonsbeschrijving op de website van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis begint met een citaat van Freek de Jonge:

Dat de twintigste eeuw niet in zijn geheel ongemerkt aan dit land voorbij is gegaan, is eigenlijk maar te danken aan één persoon. Eén man die dit land een totaal ander aanzien heeft gegeven, die alle verhoudingen door elkaar heeft geschud. En geheel in de lijn van zijn genialiteit is hij ook in de vergetelheid geraakt. (Freek de Jonge, 2005. http://www.iisg.nl/grootveld/index.php )

Grootveld overleed op 26 februari 2009. In de Entrepothaven, tegenover de Zeeburgerkade, liggen vijf van zijn drijvende tuinen, o.a. De Oceaan. Ze worden beheerd door Stichting Blijven Drijven (http://blijvendrijven.blogspot.com/), opgericht in 2007. Directeur Arno Baan was ooit Grootveld’s leerling.

Aan de Zeeburgerkade, pal tegenover drijvende tuin De Oceaan, stonden tijdens mijn bezoek een paar uitbundig versierde fietsen geparkeerd. Ze bleken het werk te zijn van de Amerikaanse kunstenaar en ‘flowerbikeman’ Warren Gregory. Een hedendaagse geestverwant van Grootveld.

[Toevoeging 18-11-2020] Achteraf bedacht ik dat ik de Oceaan graag nog eens van dichtbij zou willen bekijken (en fotograferen). Misschien komt die mogelijkheid nog eens.

 

Albumfoto’s

 

Extra foto’s

.

Fotoalbum

Hieronder een kort inhoudsoverzicht van het papieren fotoalbum.
Deze website is iets anders georganiseerd:
Er is geen vaste paginavolgorde. De indeling in tweetallen vervalt. De inleiding en de lijst van geraadpleegde literatuur zijn aparte webpagina’s. De webpagina Tuinen A – Z biedt een overzicht van alle tuinen, op plaatsnaam en op naam van de tuin. Sommige fotobijschriften zijn in de tekst verwerkt. Enkele storende fouten zijn gecorrigeerd. Hier en daar is de tekst wat aangepast.

 


Titel

Hortus in focus

een fotografische zoektocht naar hedendaagse varianten
van de ‘hortus conclusus’ (de omsloten tuin), 2017-2018

Jo Han Khouw

 

Foto’s, tekst en vormgeving © 2019 Jo Han Khouw, tenzij anders vermeld.

Websites: www.hortusinfocus.nl (deze site) en www.jodoc.nl (mijn algemene blogsite)
Drukwerk: Groningen, Fotofabriek, 2019

Foto’s omslag: voor: Ichtushof Rotterdam, achter: folly Slochteren

Belangstelling?

Heb je interesse in een papieren exemplaar van mijn fotoboek? Of heb je vragen? Stuur dan een e-mail naar info@hortusinfocus.nl.
Reageren kan ook onderaan elk blogbericht.
Het album (38 pagina’s) is geprint op 200 grams zijdeglans papier, voorzien van matte, harde omslag. Kosten 35,- (= productieprijs Fotofabriek + verzendkosten).

 


 

 


Inhoud 

Inleiding: tekst en foto’s (zie: Inleiding)

Tuinen: tekst en foto’s (zie: Tuinen A – Z)

Indeling

De volgorde van de tuinlocaties in de inhoudsopgave hierboven vraagt misschien enige uitleg. Voor dit album heb ik 22 geselecteerde locaties in tweetallen gerangschikt, onder een gemeenschappelijk trefwoord (cursief). Het is een andere ordening dan de gangbare alfabetische of systematische indeling van afzonderlijke tuinen. Maar een aantrekkelijke, gevarieerde presentatie was voor mij het belangrijkste, ook al is die inderdaad persoonlijk en betrekkelijk willekeurig. Achterin het album heb ik wel alfabetische lijstjes opgenomen van plaatsnamen en namen van tuinen.

Overzichten (zie webpagina Tuinen A – Z)

Geraadpleegde bronnen (zie webpagina Documentatie)

 

Tuinen A-Z

Overzichten

Pagina’s met beschrijvingen en foto’s van tuinen zijn op deze site opgenomen op plaatsnaam.
Om het zoeken te vergemakkelijken zijn er twee overzichten: 1) op plaatsnaam; 2) op naam van de tuin of -locatie. Op dit moment bevatten de overzichten alleen vermeldingen van tuinen die zijn opgenomen in het fotoboek. De komende tijd zullen ook nog andere tuinen aan deze overzichten worden toegevoegd.

Achter elke vermelding staan tussen vierkante haken [ ] drie symbolen:
A: tuin in het fotoalbum; T: tijdelijke tuinlocatie; * hortus conclusus aspect gedocumenteerd)

1. Plaatsnaam – naam van de tuin

 

2. Naam van de tuin – Plaatsnaam

.

Inleiding

[Bijgewerkt 30-06-2020]

We’ve got to get ourselves back to the garden
(‘Woodstock’, Joni Mitchell, 1969)

Deze website hoort bij een fotoalbum met een serie foto’s over het thema De omsloten tuin.
Wat is daar voor bijzonders aan, zou je denken. Zijn de meeste stadstuinen niet omringd door muren, schuttingen of andere bebouwing? Dat is waar, maar hier zit er wel een verhaal achter.

Breeze of AIR

Aben, R., & De Wit, S. (1998). De omsloten tuin.

Zomer 2001 bezocht ik de expositie Hortus Conclusus / Breeze of AIR in het toenmalige kunstcentrum Witte de With (* zie toevoeging hieronder) in Rotterdam (https://www.fkawdw.nl/nl/). Wat mij daar bracht weet ik niet meer, misschien een bericht op het internet. De titel leek toen raadselachtig genoeg om mijn nieuwsgierigheid te wekken. Van de tentoonstelling herinner ik mij nog de met oesterzwammen overwoekerde objecten van Zeger Reyers en het ontwerp van Kamel Louafi voor de Valkeniersweide, een Rotterdams park.
Belangrijker nog, ik kocht er het boek van landschapsarchitecten Rob Aben en Saskia de Wit:
De omsloten tuin: geschiedenis en ontwikkeling van de hortus conclusus en de herintroductie ervan in het hedendaagse stadslandschap, dat zij in 1998 hadden gepubliceerd. Een fascinerend en diepgravend onderzoek, maar voor een doorsnee tuinliefhebber wel erg theoretisch. Praktisch kon ik er niet veel mee. Maar zo’n vijftien jaar later was er dan toch een aha-moment. Na mijn pensioen in 2012 kwam bij toeval de fotografie op mijn pad. Het bleek een virus dat mij al snel stevig in de greep had. Een bevriende fotograaf, Robert Mulder, werkte begin 2017 aan een project in Rotterdam. Rotterdam? Daar herinnerde ik mij iets. Breeze of AIR! Hortus Conclusus! Was dat niet een mooi onderwerp voor een eigen fotoproject?

[Toevoeging 30 juni 2020] Sinds 28 juni gaat het Witte de With kunstcentrum voorlopig naamloos verder. Het is een eerste stap naar een nieuwe naam, nu de naam van de 17e-eeuwse vlootvoogd al eerder in diskrediet raakte].

Tuin

De hortus conclusus Latijn voor: ‘omsloten tuin’ – is een tuinconcept dat in de Middeleeuwen populair was. Dit bijna vergeten ideaal werd door Aben en De Wit nieuw leven ingeblazen. Hun onderzoek is ook vandaag de dag, twintig jaar later, een veel geciteerd standaardwerk over de omsloten tuin. En de hortus conclusus lijkt intussen een hot topic te zijn geworden in de landschapsarchitectuur en andere disciplines die zich bezighouden met de 21e-eeuwse stad. De woorden tuin, town en Zaun stammen af van het Oergermaanse tuna, wat ‘versterkte (omsloten) plaats’ betekent. Andere woorden zoals gaard, jardin, Garten en het Latijnse hortus hebben oude Indo-Europese wortels: gher (omsluiten) en ghordos (haag, omsloten plek). Eigenlijk zijn hortus conclusus en omsloten tuin etymologisch gezien allebei dubbelop (pleonasmen). En ook de geschiedenis laat zien hoe de essentie van de omsloten tuin ligt in zijn begrenzing.

Landbouw

De ontwikkeling van de tuincultuur is nauw verweven met de geschiedenis van de landbouw. De vroegste landbouw ontstaat tijdens de nieuwe steentijd (ca. 11.000 v.C.) in het Midden-Oosten, in de zgn. Vruchtbare Sikkel: een gebied dat zich uitstrekt van de Egyptische Nijl tot en met het oude Mesopotamië (nu Irak), tussen de rivieren Tigris en Eufraat. Deze neolithische of agrarische revolutie is een van de belangrijkste veranderingen in de geschiedenis van de mensheid. Tussen 6.000-5.000 v.C. bereikt deze omwenteling Noordwest-Europa. Nomadische jager-verzamelaars kiezen voor een leven in nederzettingen, voor het verbouwen van granen (eenkoorn, emmertarwe, gerst) en voor het houden van gedomesticeerde dieren (o.a. schapen, varkens en runderen). Ze omheinen stukjes grond waar ze gewassen telen en vee houden.
Vanaf 4.000-3.000 v.C. komt in Egypte en Mesopotamië een meer zelfstandige tuinkunst op, die niet louter gericht is op voedselproductie. Er is ook plaats voor het streven naar schoonheid.

 Koningstuinen

Cyrus II, koning van het Perzische (Achaemenidische) rijk, begint ca. 546 v.C. met de bouw van zijn nieuwe hoofdstad Pasargadae. Die ligt in het hart van Perzië (Iran), op een afgelegen hoogvlakte in de woestijn, omringd door bergen. Bij zijn paleis laat hij ook een tuin aanleggen. Eigenlijk is het een groot park met verschillende paviljoens. De tuin wordt aangeduid als pairidaeza, een Oud Iraans (Avestisch) woord dat ‘ommuurde tuin’ betekent. Archeologische vondsten tonen aan dat delen van het park inderdaad door muren omgeven waren.

Maar pairidaeza verwijst ook naar het oude zoroastrische geloof, waarvan Cyrus aanhanger was. In die religie is pairidaeza een bovenaardse, ommuurde tuin. Een spirituele plek van loutering en volmaakte orde, waar demonen niet in kunnen doordringen. Een hemels paradijs, dat verbonden is met de strijd tussen goed en kwaad en het laatste oordeel.
De tuin van Pasargadae is ook het oudste voorbeeld van een chahar bagh (letterlijk: ‘vier tuinen’). De naam heeft betrekking op een assenkruis van waterkanalen dat de tuin in vieren deelt. Die kanaaltjes of qanats zijn onderdeel van een ingenieus irrigatiestelsel. De verdeling van de tuin in vier stukken is vermoedelijk afgeleid uit de zoroastrische leer van de vier elementen: lucht, water, aarde en vuur. Deze of vergelijkbare elementen komen ook voor in het boeddhisme en in de Chinese en Griekse filosofie.

Het geometrische ontwerp, de symmetrie en de symboliek van Pasargadae staan model voor latere Perzische, islamitische en vele andere – ook Westerse – tuinen. De Grieken en Romeinen, die meermaals oorlog voeren met de Perzen, vinden in het Perzische concept inspiratie voor hun eigen tuinen. De Arabieren, die in 651 Perzië veroveren, zien in het ontwerp de realisatie van het beloofde paradijs in de Koran en maken het tot uitgangspunt voor hun islamitische paradijstuinen.

Paradijstuinen

De Griekse schrijver Xenophon vertaalt pairidaeza naar paradeisos als hij de prachtige tuin met boomgaard beschrijft van de Perzische koning Cyrus de Jongere (4e eeuw v.C.). Maar later, in de Griekse vertaling (Septuagint) van de Hebreeuwse Bijbel, heeft paradeisos een andere betekenis, nl. een beschrijving van de Hof van Eden. Het is slechts een detail, maar het laat de invloed zien van het zoroastrisme op het jodendom, het christendom en de islam.

De islamitische paradijstuin verspreidt zich snel verder, naar het Oosten en naar het Westen. De mogolvorsten Babur en Sjah Jahan laten wereldberoemde tuinen na, o.a. in Kabul en in Delhi (Taj Mahal). In Azië hebben China, Korea en Japan hun eigen tradities van omsloten tuinen, met een geheel eigen achtergrond, symboliek en inrichting. Maar toch, via de Zijderoute, vindt er ook tussen Chinese en Perzische tuinculturen over en weer beïnvloeding plaats. Perzische irrigatiesystemen (‘qanats’) zijn gevonden in Chinese oases in Turkestan; Chinese perziken komen via Perzië (vandaar hun naam prunus persica) naar Europa; de Chinezen maken wijn van Perzische druiven.

Het Perzische tuinideaal bereikt uiteindelijk West-Europa, met dank aan de Grieken, Romeinen, Moren en Kruisvaarders die er allemaal hun stempel op achterlaten. Zelfs de Noormannen, die tijdens de 11e eeuw Sicilië bezetten, vervullen een brugfunctie. Hun koning Roger II weet christenen en moslims aan zich te binden. Tijdens zijn bewind creëert hij een tolerant en bloeiend cultureel klimaat. Op het eiland herinneren enkele islamitische paradijstuinen en jachtparken nog aan die tijd.


Omsloten tuinen in Oost en West


Links
: Babur, de stichter van het Indiase mogolrijk (1526-1858), was een verwoed tuinliefhebber. In zijn goudgele jas houdt hij hier toezicht op de aanleg van een tuin in Kabul. De tuin is in vieren gedeeld door een kruis van irrigatiekanaaltjes. Deze indeling vindt zijn oorsprong in het ontwerp van de oudere Perzische tuin. Illustratie uit de Baburnama (de memoires van Babur, 16e eeuw), geschilderd door Bishndas, ca. 1590. [Bron: Wikipedia / © Victoria and Albert Museum, London, IM.276-1913]
Rechts: Pietro de’ Crescenzi, was een Italiaanse jurist, maar specialiseerde zich op latere leeftijd in de land- en tuinbouw. Hij schreef een beroemd boek: Liber ruralium commodorum (ca.1309), waarin hij o.a. verband legt tussen tuinen en sociale klasse. Op de afbeelding zijn arbeiders te zien in een kasteeltuin. De indeling in vakken vertoont ook hier overeenkomst met het Perzische tuinmodel. Deze 15e-eeuwse editie werd ca.1470-1475 geïllustreerd door Maître de Marguerite de York. [Bron: Wikipedia / © BnF, Arsenal, Ms-5064, fol. 151v]


Middeleeuwse tuinen in Europa

Wanneer het oude Romeinse Rijk ten einde komt en uiteenvalt, breekt in Europa een chaotische tijd aan. Germaanse stammen strijden om de macht. Uiteindelijk nemen de Franken het vroegere Romeinse gezag over. Karel de Grote laat zich tot keizer kronen van het Heilige Roomse Rijk (opvolger van het West-Romeinse Rijk). Maar hij heeft concurrentie: in Constantinopel (de voormalige Griekse stad Byzantium, nu Istanboel geheten) zetelen de keizers van het Oost-Romeinse Rijk. Dat Byzantijnse Rijk blijft nog bestaan tot ver na Karel’s dood.

In de middeleeuwse standenmaatschappij staat de geestelijkheid (de Rooms-Katholieke Kerk) op de eerste plaats, boven de adel en de boeren. De samenleving is doordrenkt met christelijke leefregels en opvattingen over goed en kwaad. Kloosters spelen een belangrijke rol in het uitdragen van het christendom en het bewaren en doorgeven van kennis.
De Byzantijnse kloosters hebben een rijke tuincultuur, die zich gaandeweg vestigt in West-Europa. Monniken weten veel van tuinaanleg en van het kweken van planten voor uiteenlopend gebruik: als voedsel, als medicijn of als sierplanten met een religieuze betekenis. Zij moeten bovendien bekend geweest zijn met het ontwerp van de
chahar bagh, de vierdelige tuin. Die leent zich goed voor een christelijke interpretatie: de vier kanalen bijvoorbeeld symboliseren dan de vier rivieren in het paradijs. Een uniek 9e-eeuws document is de plattegrond van een kloostercomplex van St. Gall in Zwitserland. Daarop is een vierkante, vierdelige tuin getekend.
Overigens zijn het niet alleen monniken die zich bezighouden met tuinieren. Vorsten en andere edellieden leggen op hun grondgebied verschillende soorten tuinen aan: jachtparken, boomgaarden en lusthoven (pleziertuinen). In de steden willen de burgers eveneens een tuin bij hun huis. Zij hebben vooral een moestuin nodig voor hun dagelijks voedsel. De rijken kunnen daarnaast ook nog pronken met een siertuin.

 Hortus Conclusus

Al die middeleeuwse tuinen zijn omsloten door muren, hagen of gevlochten omheiningen, zoals op schilderijen en afbeeldingen in ridderromans, gebedenboeken en andere manuscripten te zien is. Veel van die afbeeldingen staan in het teken van de Mariaverering. Ze tonen Maria (al of niet met het kindje Jezus) in een omsloten tuin, zittend bij een fontein en vaak omringd door rozenstruiken.
De naam hortus conclusus verwijst zowel naar deze allegorische voorstellingen, als naar fysieke tuinen bij kastelen of kloosters. Er is maar weinig bekend hoe die middeleeuwse tuinen zich in werkelijkheid ontwikkelden. Ze bestaan immers niet meer en informatiebronnen zijn schaars. We moeten het hebben van aanwijzingen in de literatuur en schilderkunst. Maar die zijn vaak symbolisch bedoeld en geven niet altijd een natuurgetrouw beeld.

De woorden ‘hortus conclusus’ komen voor in het Bijbelse Hooglied, dat door Hiëronymus van Stridon in de 4e eeuw in het Latijn werd vertaald. In de Willibrord Bijbelvertaling staat: ‘Een gesloten hof ben je, mijn zuster, mijn bruid, een gesloten hof, een verzegelde bron’. Het Hooglied is bekend als een poëtische en erotisch geladen dialoog tussen een bruidegom en zijn geliefde, die wordt toegeschreven aan koning Salomo. Door de eeuwen heen is de tekst aanleiding geweest tot talloze commentaren van kerkvaders en literaire of religieuze interpretaties. De hortus conclusus werd uitgelegd als metafoor voor de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria, het paradijs, de Hof van Eden, of de band tussen de Kerk en Christus.

 Aanpak

hidden landscapes
De Wit, S (2018). Hidden landscapes.

Het mag duidelijk zijn dat de hortus conclusus niet zomaar een tuinmodel is. Dit zo doordachte geometrische en symbolische ideaal met zijn lange geschiedenis heeft sinds de Middeleeuwen vele tuinstijlen beïnvloed. Wel is gaandeweg het gesloten karakter van de hortus conclusus steeds meer opengebroken. De herontdekking van de hortus conclusus door Aben en De Wit heeft architecten geïnspireerd tot het ontwerpen van talloze nieuwe vormen en toepassingen. Die vormenrijkdom maakt het echter niet gemakkelijk om in moderne stadstuinen aspecten van het klassieke hortus conclusus concept te ontdekken.

In 2017 en 2018 bezocht ik ca. 70 locaties, vooral in de grote steden. Van enkele tuinen maakte ik in 2019 nog aanvullende foto’s. Bijna alle locaties zijn openbaar of semi-openbaar terrein en goed toegankelijk. Voor dit album selecteerde ik 22 tuinen en van elke tuin 3 foto’s. Bij elke tuin geeft een korte tekst meer informatie over de locatie, geschiedenis, inrichting of andere bijzonderheden. Van 8 tuinen is er een uitgelichte foto op A4 formaat. Tenslotte staan er op pagina’s 6 en 7 enkele afbeeldingen als illustratie bij deze inleiding.

Tuinen, gemarkeerd met een sterretje (*) worden in één of meer publicaties expliciet aangeduid als hortus conclusus of omsloten tuin. [NB. Op deze website is deze * markering alleen aangegeven in de overzichten op de pagina Tuinen A – Z. Dus niet in de titels van de tuinenpagina’s zelf]
De keuze van de overige tuinen berust geheel op mijn eigen interpretatie. Zo heb ik ter vergelijking ook voorbeelden van een Chinese en een Japanse tuin toegevoegd. Enkele
tijdelijke tuinen bestaan helaas niet meer. 

Elke tuin heeft zijn eigen karakter. Daar wilde ik in mijn foto’s iets van vastleggen. Verschillende elementen dragen bij aan die eigen sfeer: de begrenzing van de tuin (muren, hekken, ed.), planten en bomen, indeling, kunstwerken, gebouwen of de relatie met de omgeving. Wat de doorslag geeft kan in elke tuin anders zijn. Zelfs ‘beslotenheid’ is een aspect dat van plek tot plek kan verschillen. Ik hoop dat dit album daar een indruk van geeft.


Foto’s bij de inleiding

 

Afb. 1 en 2. Bijbelse Hortus en Botanische Hortus

 

Direct aan het begin van mijn zoektocht ontdekte ik dat in Warfhuizen, ca 23 km van mijn woonplaats Groningen, de kluizenarij van broeder Hugo is gevestigd, onder de naam Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin. (http://www.beslotentuin.nl/).
Tijdens dit project volgde ik vaak mijn eigen intuïtie. En zo kwam ik ook bij de wortels van mijn tuineninteresse: Bogor, waar ik in mijn jeugd woonde. De oude botanische Plantentuin (Kebun Raya), met zijn imposante toegangspoort en de laan met torenhoge kanariebomen (http://www.indonesienu.nl/nu-actueel/kebun-raya-bogor-botanische-tuin).

Afb. 1In Warfhuizen (Groningen) bevindt zich een kluizenarij, met de naam “Onze Lieve Vrouwe van de Besloten Tuin”. Die naam verwijst naar de middeleeuwse hortus conclusus, een symbool van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria. Dit beeldje van Maria met het kind Jezus bevindt zich in een kastje bij de ingang van de kerk. (Eigen foto 2017).

Afb. 2Oude ingang van Kebun Raya, de wereldberoemde botanische tuin te Bogor. De vroegere naam ‘’s Lands Plantentuin te Buitenzorg’ verviel nadat Indonesië in 1945 onafhankelijk werd. De twee witte zuilen zijn versierd met beelden van Ganesha, de olifantgod van wijsheid en kennis. (Foto uit 1998. Bron: Wikipedia).

 

Afb. 3 en 4. Archetypen: oase en loo

 

Aben en de Wit noemen in hun boek twee landschappelijke archetypen: de oase, een groene, waterrijke plek in de verzengende woestijn, en de open plek of loo (Duits: Lichtung) in het onherbergzame middeleeuwse woud. Het zijn de oervormen van onze Europese tuinen:

De omsloten tuinen van Egypte, Perzië, Mesopotamië en Babylon zijn gemodelleerd naar het oosterse archetype van de oase. Met de hortus conclusus wordt de oosterse tuin vertaald naar de westerse context met het archetype van de Lichtung als model […] (Aben & De Wit 1998, p. 26).

Afb. 3Eén archetype van de tuin is de groene oase in de woestijn. Op de Heijplaat in Rotterdam was ooit een quarantainestation voor zieke zeelieden gevestigd. Sinds de jaren ’80 wonen er kunstenaars. Ook zonder woestijn heeft dit schiereiland alles van Nederlandse oase. Een klein strandje, omringd door een druk bevaren rivier en de hectiek van havens, industrie en stadslandschap. (Eigen foto 2017).

Afb. 4Een ander archetype van de tuin is de open plek in het bos. Het Bevrijdingsbos in Groningen werd in 1995 aangelegd, als eerbetoon aan de Canadese militairen die de stad in 1945 bevrijdden. Dit pleintje aan het begin van het bos is gemarkeerd met een esdoornblad, het nationale symbool van Canada. Een plek, die niet alleen omsloten is door bomen, maar ook door onze gedachten over oorlog en vrede. (Eigen foto 2017).

 

Afb. 5 en 6. Hortus conclusus, verschijningsvorm

 

De omsloten tuin wordt een paradox genoemd. Hij is zowel binnen als buiten, zowel eindig als oneindig, zowel landschap als architectuur, zowel open als gesloten. De omsloten tuin wordt ook wel omschreven als een microkosmos, of een kamer met de hemel als plafond. Middeleeuwse afbeeldingen van de hortus conclusus laten dikwijls een vierkante of rechthoekige, soms een ronde tuin zien. Moderne stadstuinen hebben zeer uiteenlopende vormen. Ook hun omsluiting, geheel of gedeeltelijk, en hun toegang kunnen sterk variëren. In een tuin die omgeven is door muren zie je geen horizon en kijk je al gauw omhoog. De denkbeeldige verbinding tussen hemel en aarde (de zgn. axis mundi) had voor de middeleeuwse mens grote betekenis. In dichtbebouwde steden van nu gaat de horizon dikwijls schuil achter hoogbouw. Ook daar krijgt die verticale oriëntatie nadruk.

Afb. 5Maquette van een Egyptische tuin. Grafgift uit de tombe van Meketre, ca. 1981-1975 v.C. Een ommuurde tuin met vijver (niet zichtbaar) en bomen grenst aan de veranda van een huis. Zuilen vormen de overgang tussen huis en tuin. (Foto ongedateerd. Bron: Metropolitan Museum of Art).

Afb. 6Middeleeuwse symbolische afbeelding van een hortus conclusus. In het midden staat een boom. De Boom des Levens? Of de Boom van Kennis van Goed en Kwaad? Het patroon van paden dat de tuin in vieren deelt was al bekend van Perzische tuinen. (Herkomst en datering van de afbeelding is mij onbekend)

 

Aben en De Wit benoemden in 1998 drie typen van de hortus conclusus: de kloostertuin, de lusthof of kasteeltuin en de botanische tuin. Van deze typen bestaan nog diverse replica’s. Saskia de Wit analyseert in haar latere proefschrift Hidden landscapes 31 moderne tuinen, waarbij zij ook aandacht geeft aan de zintuiglijke beleving. Zes tuinen vormen een nieuwe typologie van de grootstedelijke omsloten tuin, de ‘metropolitan enclosed garden’. Een bijzonder interessante studie, misschien zal ik daar later nog op ingaan. (De Wit, 2014, p.124-128).

 

Afb. 7 t/m 10. Hotus conclusus, hoofdtypen

 

Aben en De Wit onderscheiden drie typen: afb.7: Hortus contemplationis (kloostertuin); afb. 8: Hortus ludus (lusthof, kasteeltuin); afb. 9: Hortus catalogi (botanische tuin); ik voeg daar nog aan toe afb.10: het hofje of gasthuistuin, dat door andere auteurs als apart type wordt genoemd. Hierboven van alle vier typen een voorbeeld, resp. het Pandhof Ste Marie in Utrecht, het Muiderslot, de Clusiustuin in de Leidse Hortus Botanicus en het St. Anthonygasthuis in Groningen.

 


Expositie over Middeleeuwse tuinen, RMO Leiden

Het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) in Leiden had in 2019 (vanaf 2 mei t/m 1 september) de mooie tentoonstelling ‘Middeleeuwse tuinen. Aardse paradijzen in oost en west’. Bij de expositie hoort een boekje, met dezelfde titel (Middeleeuwse tuinen – aardse paradijzen in oost en west, 1200-1600). Het is geschreven door conservator Annemarieke Willemse. Verkrijgbaar in de RMO museumwinkel https://www.rmo.nl/

 


Jo Han Khouw

Jo Han Khouw

was vele jaren informatiespecialist in het hoger onderwijs, gedreven door zijn interesse voor bibliotheken, documentatiesystemen en hun gebruikers. Daarnaast had − en heeft − hij veel belangstelling voor de natuur (o.a. geologie), beeldende kunst en lokale geschiedenis.
Na zijn pensioen ontdekte hij de fotografie. Zijn favoriete thema’s zijn o.a. landschappen, tuinen, architectuur en kunst in de openbare ruimte.

 

 

 

 

.

Documentatie

Op deze pagina zowel geselecteerde literatuur in het fotoboek (Geraadpleegde bronnen), als ook aanvullende documentatie.
Documentatie over specifieke locaties zal (ook) vermeld worden bij de betreffende tuinlocaties.

Geraadpleegde bronnen (album)

Aben, R. & S. de Wit. (1998). De omsloten tuin: geschiedenis en ontwikkeling van de hortus conclusus en de herintroductie ervan in het hedendaagse stadslandschap. Rotterdam: Uitgeverij 010.
Backer, A.M., E. Blok & C. Oldenburger-Ebbers (1998). De natuur bezworen: een inleiding in de geschiedenis van de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur van de middeleeuwen tot het jaar 2005. Rotterdam: Uitgeverij de Hef. Gedownload van http://edepot.wur.nl/257920.
Baker, K. (2012) Captured landscape: the paradox of the enclosed garden. London: Routledge.
Brett, D.W.(2016). Photography and Place: Seeing and not Seeing Germany after 1945. Abingdon: Routledge. Deels online op https://books.google.nl/?hl=en.
Conan, Michel (1999). Perspectives on garden history. Washington D.C.: Dumbarton Oaks. Gedownload van https://www.doaks.org/research/publications/books/perspectives-on-garden-histories.
DeRushie, N.(2008). Horticultural Landscapes in Middle English Romance. (Master’s Thesis Univ. of Waterloo, Ontario, Canada). Gedownload van https://uwspace.uwaterloo.ca/handle/10012/4002.
Devolder, A-M. (2002. De openbare stadstuin: de omsluiting en ontsluiting van de openbare stadstuin. Rotterdam: Stichting AIR / NAI Uitgevers.
Hunt, P.(2011). Persian Paradise Gardens: Eden and Beyond as Chahar Bagh. Electrum magazine, july 2011. http://www.electrummagazine.com/2011/07/.
Kuiken, K.(1996). Het ‘Verborgen Rijk van Ming’: de tweeslachtige tuin: van de Droom in de rode kamer naar de Chinese tuin in Haren. Bres 178, 41-54.
Kullmann, K.( 2017). Concave worlds, artificial horizons: reframing the urban public garden. Studies in the History of Gardens & Desgined Landscapes, 37, 1, 15-32.
Latiff, Z.A., M.Y. M. Yunos, & M.M.Yaman (2016). A discourse on the Persian Chahar-Bagh as an Islamic garden. Planning Malaysia Journal, 15, 3. Gedownload van https://www.planningmalaysia.org/index.php/pmj/article/view/303.
Maliavin, V.(2013). Strolling in Chinese Garden: an experience of self-re(dis)covering. Gedownload van https://www.sredotochie.ru/strolling-in-chinese-garden-an-experience-of-self-rediscovering/
Moore, C.W., W.J. Mitchell, & Turnbull, W. Jr. (1988). The poetics of gardens. Cambridge: MIT Press.
Stuip, R.E.V. & C. Vellekoop (Eds.) (1992). Tuinen in de Middeleeuwen. Hilversum: Verloren.
Wit, S. de.(2018). Hidden landscapes: the metropolitan garden as a multi-sensory expression of place. Amsterdam: Architectura et Natura. (Proefschrift, getiteld Hidden landscapes: the metropolitan garden and the genius loci. TU Delft 2014. Gedownload van https://repository.tudelft.nl/).
Yang, M.(2017). Visiting, Picturing and Experiencing the Cinese Garden. (Master’s Thesis Northeastern Univ. , Boston, Massachusetts). Gedownload van https://repository.library.northeastern.edu/files/neu:cj82qk80n.

.

Utrecht: Centraal Museum

trefwoord: vergankelijkheid

Locatie: Nicolaaskerkhof. Poort tussen museumcafé en Nicolaïkerk. Bezocht: 17-06-2018

[Bijgewerkt 30-10-2020] Het in 1830 opgerichte Gemeentelijke Museum voor Oudheden werd in 1929 samengevoegd met enkele particuliere verzamelingen en ondergebracht in het voormalige Agnietenklooster (daterend uit 1420). Dat was het begin van het Centraal Museum (https://www.centraal-museum.nl/ ).

Rond het oude kloostercomplex lagen in die tijd twee binnentuinen. Cultuurhistorisch onderzoek door het bureau Oldenburgers Historische Tuinen (https://www.oldenburgers.nl/) gaf een goed beeld van deze groenzones in de jaren ’20 en 2007. Eén tuin was ingericht als kloostertuin, met kenmerken van zowel een lusthof als een hortus conclusus. Het rapport (‘Kloostertuin’ van het Centraal Museum in Utrecht: waardestelling en aanbevelingen, 2007) vermeldde dat deze tuin mogelijk was aangelegd naar het voorbeeld van enkele middeleeuwse schilderijen van Maria met kind in een omsloten tuin. Met de bedoeling om een ‘levend schilderij’ van een hortus conclusus te creëren. De tweede tuin, naast de kapel, kon zijn opgezet als pandhoftuin. Maar het was niet meer dan een grasveld, omgeven door een schelpenpad, zonder een kruis- of kloostergang.Door de jaren heen waren beide tuinen door achterblijvend onderhoud verwaarloosd en verwilderd. Het rapport deed twee aanbevelingen: alsnog realiseren van een hortus conclusus als ‘levend schilderij’; of het samenvoegen van beide tuindelen in een nieuw totaalplan.

Na een eerdere verbouwing in 1999, zocht de museumdirectie in 2009 opnieuw naar verbeteringen om een groeiend aantal bezoekers te kunnen bedienen. Een analyse in samenwerking met bureau Soda mondde uit in een plan voor een complete facelift http://soda.nl/projecten/centraal-museum-utrecht/. In de periode 2011-2016 werden niet alleen de gebouwen, maar ook de omgeving en de organisatie heringericht.
Wat de tuin betreft besloot men, in lijn met de tweede aanbeveling in de waardestelling, tot een samenvoeging van alle deeltuinen in het ommuurde gebied rondom het museum en de naastgelegen Nicolaikerk. Een beplanting in drie lagen – een groot gazon, borders met vaste planten en een uitgekiende selectie bomen – geeft de tuin nu een eigen karakter. Een ‘levende’ hortus conclusus, zoals in 2007 werd voorgesteld, is er niet gekomen, maar in de nieuwe museumtuin is de geest van de vroegere omsloten kloostertuin nog steeds aanwezig.

Beeldend kunstenaar Couzijn van Leeuwen maakte voor deze tuin een metalen, zilverkleurig hek. Versierd met bladvormen en tuin gereedschap (zoals ginkoblad, zeis en heggenschaar) (link). De oude kloostergevels versierde hij met keramieken gedenkplaten. Daarop zijn plantmotieven en skeletdelen te zien. (link) Verwijzingen naar vergankelijkheid, leven, dood en bezinning. Van Leeuwen overleed op 16 juli 2018. (link)

Albumfoto’s

 

 

.

Utrecht: Bikkershof

trefwoord: buurtgroen

Locatie: Bekkerstraat 26 Bezocht: 26-08-2017

Bij de ingang staat een stenen zuil met de tekst: ‘Het is zoals het is en het gaat zoals het gaat’. Het was de lijfspreuk van Peter Peels, de initiatiefnemer van deze buurttuin. Hij overleed in 2007, de zuil is een blijvende herinnering.

Wittevrouwen is een dichtbebouwde buurt in de Utrechtse wijk Noordoost. Twee autobedrijven, die gevestigd waren op een binnenterrein, verkochten in 1979 hun grond aan de gemeente. Wijkbewoners klopten bij de gemeente aan met het plan om dat terrein in te richten als een zelfbeheerde buurttuin. Daar kwam wel iets bij kijken. Bodem en grondwater waren zwaar verontreinigd. Het duurde meer dan vijf jaar voordat alle vervuiling was opgeruimd. Ook hadden bewoners en gemeente verschillende ideeën over de inrichting van het gebied. Pas na enige politieke actie – geheel in de tijdgeest van de jaren ’80 – kwam men tot overeenstemming, ook over het beheer. In 1987 vond de officiële opening plaats van de Bikkershof (http://www.bikkershof.nl/). Het is nu een van de oudste zelfbeheertuinen in Utrecht, die brede bekendheid geniet en model heeft gestaan voor vele andere buurttuinen.

Eén helft van de tuin is bestemd voor volkstuintjes, fruitbomen, plantenkas en dierenhokken. De andere helft omvat een kinderspeeltuin, een fraaie heemtuin en een vijver. Er zijn insectenhotels, bijenkasten en bankjes voor bezoekers. De omliggende woningen, die tussen het groen zichtbaar zijn, creëren een intieme, besloten omgeving. Het lijkt mij al een kunststuk om de lange, smalle tuin (ca. 130×20 meter) zo gevarieerd in te richten. Maar bijzonder is ook dat in de Bikkershof het uitgangspunt van permacultuur wordt gevolgd. Permacultuur gaat verder dan ecologisch of natuurlijk tuinieren. Het gaat over zorg voor de aarde, zorg voor de mens, eerlijk delen. In de Bikkershof betekent dat: realiseren van een gesloten, groene kringloop en van zoveel mogelijk diversiteit. Maar daarnaast, ook het instandhouden van het zelfbeheer en de verbinding tussen groen, sociaal en cultuur.

Albumfoto’s

 

 

.