Den Haag, Kijkduin: Hemels Gewelf (Celestial Vault)

trefwoord: half-open structuur

 Locatie: Machiel Vrijenhoeklaan 175, Kijkduin. Bezocht: 08-11-2018

 Vanaf de weg gezien lijkt het slechts een hoog duin, met een lange trap. Maar op het informatiepaneel onderaan de trap lees je dat dit duin een kunstwerk verbergt van de Amerikaanse kunstenaar James Turrell (http://jamesturrell.com/). Turrell ontwierp het voor een congres van The International Federation of Landscape Architecture in 1992 in Den Haag. Pas in 1996 was zijn Celestial Vault (NL: Hemels Gewelf) klaar.(https://www.stroom.nl/nl/kor/project.php?pr_id=2125635) Het kunstwerk is een ellipsvormige kuil, uitgegraven in de top van het duin. Door een tunnel in de duinrand kom je in de kuil en via een trapje daal je af naar de bodem. Daar staat een stenen ‘observatiebank’, waarop bezoekers, op hun rug liggend, naar de hemel kunnen kijken. Hij lijkt wel wat op een Egyptische sarcofaag. Bovenop de duinrand, bij een rondje om de kuil, heb je een 360 panoramablik op de omgeving. Het kunstwerk is niet in de natuurlijke duinen gemaakt, maar in de ‘Haagse Puinduinen’ (ofwel de ‘Alpen van Den Haag’). Kunstmatige duinen, in de jaren ’50 en ’60 aangelegd met puin van huizen die in WO II waren afgebroken voor de Atlantikwall.

Turrell is bekend om zijn fascinatie voor licht, ruimte en de visuele perceptie ervan. Voorbeelden zijn zijn lichtinstallaties, zoals Wedgework III (1969) in Museum De Pont en Skyspace (2016) in Museum Voorlinden. Turrell’s levenswerk is zijn Roden Crater project: de krater van een oude vulkaan in Arizona. Sinds 1975 is hij als een mol bezig met het graven van gangen, tunnels, ruimtes en gaten, die uitkijken op de hemel, zon, maan en sterren. Deze Roden Crater ‘naked-eye observatory’ wordt wel het tot dusver grootste land art project genoemd. Het Hemels Gewelf / Celestial Vault is daarvan een kleine versie, op 1/10 schaal.

Karl Kullmann (Associate Professor, Univ. of California,  http://www.karlkullmann.com/) onderzocht natuurlijke en speciaal ontworpen komvormige (concave) landvormen, die nieuwe mogelijkheden bieden voor openbare stadstuinen. Hij ziet daarin een alternatief voor de nogal gesloten, introverte hortus conclusus, die door Abel en De Wit werd ingezet als tegenwicht en rustpunt in het chaotische stadslandschap. Concave, halfopen reliëfstructuren zouden een vloeiende overgang mogelijk maken tussen enerzijds de behoefte aan afzondering of rust, en anderzijds de behoefte aan dynamiek en interactie met het bruisende stadsleven.

Albumfoto’s

 

 

.