Utrecht: Centraal Museum

trefwoord: vergankelijkheid

Locatie: Nicolaaskerkhof. Poort tussen museumcafé en Nicolaïkerk. Bezocht: 17-06-2018

[Bijgewerkt 30-10-2020] Het in 1830 opgerichte Gemeentelijke Museum voor Oudheden werd in 1929 samengevoegd met enkele particuliere verzamelingen en ondergebracht in het voormalige Agnietenklooster (daterend uit 1420). Dat was het begin van het Centraal Museum (https://www.centraal-museum.nl/ ).

Rond het oude kloostercomplex lagen in die tijd twee binnentuinen. Cultuurhistorisch onderzoek door het bureau Oldenburgers Historische Tuinen (https://www.oldenburgers.nl/) gaf een goed beeld van deze groenzones in de jaren ’20 en 2007. Eén tuin was ingericht als kloostertuin, met kenmerken van zowel een lusthof als een hortus conclusus. Het rapport (‘Kloostertuin’ van het Centraal Museum in Utrecht: waardestelling en aanbevelingen, 2007) vermeldde dat deze tuin mogelijk was aangelegd naar het voorbeeld van enkele middeleeuwse schilderijen van Maria met kind in een omsloten tuin. Met de bedoeling om een ‘levend schilderij’ van een hortus conclusus te creëren. De tweede tuin, naast de kapel, kon zijn opgezet als pandhoftuin. Maar het was niet meer dan een grasveld, omgeven door een schelpenpad, zonder een kruis- of kloostergang.Door de jaren heen waren beide tuinen door achterblijvend onderhoud verwaarloosd en verwilderd. Het rapport deed twee aanbevelingen: alsnog realiseren van een hortus conclusus als ‘levend schilderij’; of het samenvoegen van beide tuindelen in een nieuw totaalplan.

Na een eerdere verbouwing in 1999, zocht de museumdirectie in 2009 opnieuw naar verbeteringen om een groeiend aantal bezoekers te kunnen bedienen. Een analyse in samenwerking met bureau Soda mondde uit in een plan voor een complete facelift http://soda.nl/projecten/centraal-museum-utrecht/. In de periode 2011-2016 werden niet alleen de gebouwen, maar ook de omgeving en de organisatie heringericht.
Wat de tuin betreft besloot men, in lijn met de tweede aanbeveling in de waardestelling, tot een samenvoeging van alle deeltuinen in het ommuurde gebied rondom het museum en de naastgelegen Nicolaikerk. Een beplanting in drie lagen – een groot gazon, borders met vaste planten en een uitgekiende selectie bomen – geeft de tuin nu een eigen karakter. Een ‘levende’ hortus conclusus, zoals in 2007 werd voorgesteld, is er niet gekomen, maar in de nieuwe museumtuin is de geest van de vroegere omsloten kloostertuin nog steeds aanwezig.

Beeldend kunstenaar Couzijn van Leeuwen maakte voor deze tuin een metalen, zilverkleurig hek. Versierd met bladvormen en tuin gereedschap (zoals ginkoblad, zeis en heggenschaar) (link). De oude kloostergevels versierde hij met keramieken gedenkplaten. Daarop zijn plantmotieven en skeletdelen te zien. (link) Verwijzingen naar vergankelijkheid, leven, dood en bezinning. Van Leeuwen overleed op 16 juli 2018. (link)

Albumfoto’s

 

 

.